Posts tonen met het label bruggen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bruggen. Alle posts tonen

woensdag 3 juli 2019

Wat is veranderd in de nieuwe bruggennorm 6787-1 ?


Wat is veranderd in de nieuwe bruggennorm 6787-1 ?

Bij beweegbare bruggen komt ruim meer techniek kijken dan alleen de aandrijving om het brugdek te verplaatsen. Sterker nog: de systemen die de veiligheid van alle betrokkenen moeten waarborgen vormen een complex geheel. Daarbij gaat het om verkeerssystemen voor zowel weg- als watergebruikers maar ook systemen die voortdurend controleren of alles goed verloopt en in werking treden wanneer het ‘mis’ gaat. Vooral het ontwerp van het laatste vraagt om kennis en expertise om alle mogelijke risico’s te minimaliseren en in elk geval te beheersen.

Het ontwerp voor deze veiligheidssystemen berustte tot voor kort op de norm NEN 6787[1]. Deze norm bevat ‘eisen en aanbevelingen met betrekking tot het ontwerp van beweegbare bruggen om te komen tot veiligheid van personen en eigendommen over de hele levensduur van de brug’. Omdat deze norm uit 2003 stamt, zal binnenkort een nieuwe norm verschijnen waarin alle nieuwe technische mogelijkheden zijn inbegrepen. De ontwikkelingen op het vlak van sensoren, (veiligheids)PLC’s, camerasystemen en data-analyse- en verwerking hebben immers niet stilgestaan. Bovendien is in de nieuwe norm ook de huidige kijk op machineveiligheid meegenomen én wordt rekening gehouden met de ‘menselijke factoren’. In een tweede deel wordt het veilig ontwerpen van sluizen behandeld.

What’s new?

De nieuwe norm is flink uitgebreid met beheersmaatregelen voor veel voorkomende risico’s. Zo worden er meer aanvullende eisen gesteld aan de plaatsing en raakvlakken van afsluitbomen, toegangsmiddelen zoals looppaden, trappen, vluchtroutes en valbeveiliging. Daarnaast zijn aanbevelingen opgenomen over maatregelen die beschermen tegen mechanische en elektrische gevaren. Zo worden technische ruimtes bijvoorbeeld ingedeeld in zones die ieder hun specifieke eisen kennen.

Naast deze extra fysieke eisen sluit de nieuwe norm beter aan op andere geldende normen zoals de NEN-EN-ISO 12100-1 en 2, NEN-EN-ISO13849-1 (PL) en NEN-EN-IEC 62061 (SIL). Zo wordt er veel aandacht geschonken aan de besturing van de brug en dan vooral de veiligheidsfuncties. Voor de meest essentiële veiligheidsfuncties de minimale betrouwbaarheidsniveaus opgenomen en wordt beschreven hoe zij zijn te bepalen. Tevens sluit de bruggennorm beter aan op de herziene 6786-1[2]. Concreet betekent dit dat de eisen (aan de vaak onderschatte veiligheidsfunctie) van remmen en vasthoudinrichtingen beter zijn vastgelegd.

Last but not least gaat de nieuwe bruggennorm expliciet op de menselijke factoren. Niet alleen ten aanzien van de bediening maar ook met betrekking tot de veiligheidssystemen die interacteren met weg- en watergebruikers. Hoe zorg je ervoor dat deze interactie op de gewenste wijze verloopt en niet – bewust of onbewust – wordt gesaboteerd?

Kortom: De norm is een nieuw, praktisch handvat voor bruggenontwerpers, -bouwers en beheerders of inspecteurs en zal verschijnen na de uitgebreide review- en correctiefase.

Meer informatie: Pilz.nl


Of bel met Pilz 0347 - 320 477




[1] NEN 6787:2003 - Het veilig ontwerpen van beweegbare bruggen – veiligheid
[2] NEN 6786-1:2017 - Voorschriften voor het ontwerp van beweegbare delen van kunstwerken - Deel 1: Beweegbare bruggen (VOBB)

maandag 7 oktober 2013

Menselijke fout oorzaak incident Stadsbrug Kampen

Een inschattingsfout van de brugwachter was de oorzaak van het incident op de Stadsbrug in Kampen. Vanmiddag ging de brug omhoog, terwijl er nog een auto op stond.
Niemand raakte gewond, want de brug is een zogeheten hefbrug en gaat horizontaal omhoog. De gemeente Kampen, eigenaar van de brug, heeft na het incident direct het boetekleed aangetrokken. De brugwachter kreeg een aanvraag van een boot, waarna hij via de camera wilde bepalen of de weg vrij was. Op dat moment stoorde de camera, waardoor de brugwachter met het blote oog moest waarnemen of het brugdeel vrij was. Daarbij heeft hij een auto over het hoofd gezien. De gemeente gaat de zaak nog verder onderzoeken en is ook op zoek naar het gezin dat in de auto zat. Verantwoordelijk wethouder Ekker wil ze graag een bosje bloemen aanbieden. Het gezin zelf was wel geschrokken, maar kon achteraf nog wel lachen om het incident.


Dit wilt u toch voorkomen?


·         Strategie en basisprincipes van veilig ontwerpen
·         Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor veiligheid van bruggen
·         Conformiteitsverklaringen
·         Renovaties en wijzigingen aan installaties - gevolgen vanuit de Machinerichtlijn
·         Implementatie ‘veilig ontwerpen’-strategie binnen de organisatie
·         Risicobeoordeling en -reductie met behulp van de NEN 6787
·         Besturingstechnische risicoreductie

Waar? Pilz Academy in Vianen

Uw investering? 510 euro

Kijk op opleidingen.pilz.nl voor actuele trainingsdata.


Wij bevelen elke deelnemer aan om aan te vangen met module 1, procesflow machineveiligheid, van de Masterclass Machineveiligheid

maandag 10 januari 2011

Provincie Overijssel en Pilz nemen bruggen en sluizen onder de loep

Veiligheid vooropstellen, verrassingen voorkomen

Veiligheid staat hoog op de maatschappelijke agenda: burgers verwachten dat overheden hun veiligheid maximaal garanderen. Zo gaan ze ervan uit dat de weg- en waterinfrastructuur veilig is. Tegelijk moeten diezelfde overheden op de financiën letten en prioriteren. Alle reden voor de provincie Overijssel, eenheid Wegen en Kanalen, om twee jaar geleden in zee te gaan met Pilz Nederland, specialist in industriële veiligheid. Om te beginnen werden enkele bruggen en sluizen onderworpen aan een risico-inventarisatie en -evaluatie. De resultaten daarvan helpen niet alleen bij het verminderen van de veiligheidsrisico’s, maar geven ook input voor een structurele aanpak van beheer en onderhoud – van reactief naar preventief.

Beweegbare bruggen en sluizen gelden als machines – ze hebben bijvoorbeeld een aandrijving – en vallen daarom onder de Europese Machinerichtlijn. Tegenwoordig kunnen deze ‘machines’ op afstand worden bediend, maar in Overijssel worden ze na een afweging van kosten en baten deels nog bemensd. Mede daarom is de Arbo-wetgeving, gebaseerd op de Europese Arbeidsmiddelenrichtlijn, van kracht. Vanuit deze twee hoofdlijnen – machineveiligheid en arbo – voert Pilz risico-inventarisaties en -evaluaties (RIE’s) uit. Sinds een jaar of zeven doet het bedrijf dit ook bij bruggen en sluizen, onder meer voor Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten.

Beheer en onderhoud
Bruggen en sluizen heeft Overijssel in overvloed – denk aan het kanaal Almelo-Coevorden in het oostelijk deel van de provincie en aan de waterrijke ‘Kop’ in het noordwesten. Zowel de beroepsvaart als recreatieve schippers maken er volop gebruik van. Onder de verantwoordelijkheid van de eenheid Wegen en Kanalen van de provincie vallen circa veertig (beweegbare) bruggen en tien sluizen. Binnen de eenheid is het team Vaarwegbeheer en Installaties verantwoordelijk voor het dagelijks beheer van de technische installaties van bruggen en sluizen. ‘Veiligheid staat daarbij voorop’, verklaren teamleider Leon Zijlstra en adviseur Simon de Klerk: ‘Voorheen was het beheer vooral reactief van karakter. Tegenwoordig streven wij ernaar het onderhoud preventief te verrichten. Ook maken we inzichtelijk welk onderhoud in de toekomst benodigd is. Daarmee willen we financiële verrassingen voorkomen, ook als het gaat om vervanging.’

Verantwoordelijkheid
De provincie monitort alle objecten intensief middels onder meer periodieke inspectie, legt De Klerk uit. ‘Het onderhoud dient ons inziens transparant en planmatig te worden georganiseerd. Om hiervoor een beheersprogramma te kunnen gebruiken, wilden we meer zicht krijgen op onze technische installaties en het eventuele achterstallige onderhoud. Daarom hebben wij een studie laten uitvoeren naar de technisch gevoelige punten. We hebben hiervoor Pilz ingehuurd. Als externe partij kijkt dit bedrijf er met een objectieve blik naar.’ De eindverantwoordelijkheid blijft bij de provincie liggen, benadrukt Zijlstra: ‘Pilz maakt risico’s inzichtelijk en stelt een plan van aanpak op; daarmee kunnen wij dan verder.’ Dat plan van aanpak is een onafhankelijk advies, verzekert manager marketing & communicatie Diane van Putten van Pilz. ‘Wij sturen dat niet richting onze eigen producten.’ Dat zou ook niet zo maar kunnen, legt Zijlstra uit: ‘Bepaalde opdrachten moeten wij openbaar of zelfs Europees aanbesteden.’ De tweetrapsaanpak – eerst de bewustwording omtrent risico’s vergroten en dan pas over oplossingen praten – is een verstandige, vindt De Klerk. Die eerste stap, de bewustwording, is met name bij bedrijven vaak lastig, weet Van Putten. Bij de provincie Overijssel bestaat het risico-bewustzijn echter wel. Concreet brengen bruggen en sluizen bijvoorbeeld risico’s met zich mee op het gebied van beknelling, te lage leuningen, de elektrische besturing (bijvoorbeeld uitvoering van de noodstop en schakelmateriaal) en de afscherming van tandwielen.

Prettig samenwerken
De provincie en Pilz besloten vorig jaar tot een pilot. Pilz onderwierp vijf objecten – een dwarsdoorsnede uit het bestand – aan een RIE. De bevindingen werden neergelegd in een rapport. De Klerk is te spreken over de aanpak van Pilz. ‘Er kwam een complete offerte, met een duidelijk stappenplan voor de beoordeling. Dat gaf een solide gevoel.’ Zijlstra noemt Pilz een marktpartij waarmee het prettig samenwerken is: ‘Ze werken laagdrempelig, zijn toegankelijk en beschikken over een goede expertise.’ De vertegenwoordigers van de provincie waren ook zeer te spreken over het detailniveau in de rapportages. ‘Dat kan om heel praktische zaken gaan’, illustreert Van Putten: ‘Mensen worden gemiddeld langer dan vroeger, dus moeten de leuningen hoger worden.’ Inmiddels zijn de eerste acties naar aanleiding van de inventarisatie ondernomen. De Klerk: ‘Wat dat betreft was het prettig dat Pilz aan de geïnventariseerde punten een kostenindicatie had gehangen.’ Hier betaalt zich de ervaring uit die Pilz sinds een jaar of zeven op dit terrein heeft opgedaan, verklaart Van Putten. De overige objecten staan nu op de planning voor een ‘opname’, zodat een gefundeerde meerjarenprogrammering kan worden opgesteld voor het beheer en onderhoud van de Overijsselse bruggen en sluizen. Een veilig gevoel.

De Grote Puntbrug in Vroomshoop is één van de objecten waarvoor Pilz in opdracht van de provincie Overijssel een risico-inventarisatie en -evaluatie heeft gedaan.


Foto: Provincie Overijssel

Risicobeoordeling volgens Pilz
Het Duitse familiebedrijf Pilz (1.300 medewerkers in 24 landen) geldt in de industriële automatisering als specialist in veiligheid. Pilz Nederland, gevestigd in Vianen, verzorgt met dertig medewerkers projecten, trainingen en consultancy. Daarbij hanteert het een planmatige aanpak. Voor risicobeoordelingen, zoals de RIE’s van bruggen en sluizen, volgt Pilz een stappenplan. Na de voorbereidingsfase, waarin projectaanpak, relevante wetgeving, richtlijnen en normen worden doorgenomen, volgen audits op locatie. Toetsing van de resultaten aan die wetgeving en normen resulteert in een identificatie van latente gevaren en een risicoschatting van deze gevaren. Voor deze risicobeoordeling hanteert Pilz een zogeheten ‘14-punten risicograaf’: op grond van de gradaties van effect, blootstelling, waarschijnlijkheid en gevaarafwending wordt elk risico ingedeeld in een van de veertien niveaus. Tot slot worden – afhankelijk van de geconstateerde risiconiveaus – voorstellen opgesteld voor risicoreductie. De opdrachtgever blijft te allen tijde verantwoordelijk voor de daadwerkelijke terugdringing van risico’s.

vrijdag 1 oktober 2010

Pilz verkent PSS 4000-besturingssysteem met sluiscomplex

staat op het punt het sluiscomplex in maquettevorm te gaan testenNa jaren trouwe dienst kreeg Pilz’ automatiseringssysteem PSS 3000 er vorig jaar een grotere broer bij. Belangrijkste innovatie van de PSS 4000: een overschakeling naar het Safetynet P-bussysteem, dat besturing op afstand vergemakkelijkt. Een Gouds sluizencomplex dient voor Pilz Nederland als testcase.
Boompjes, bootjes en een paar ludieke ‘voorbijgangers’ ontbreken, maar de makers van de maquette hebben aandacht besteed aan de afwerking. Rondom het model van het sluizencomplex ligt een keurige grasmat, zijn alle muren keurig in plastic grijze baksteentjes uitgevoerd en zijn de twee bruggen van de soort die je regelmatig in het waterrijke Nederland tegenkomt. Leuke details natuurlijk, maar het belangrijkste voor besturingsspecialist Pilz is dat alle bewegende delen in het schaalmodel echt werken. Bruggen, seinen, slagbomen en sluisdeuren functioneren zoals ze dat in het echt ook doen.

Pilz heeft alles op echte PLC’s aangesloten om de brugbesturing uitvoerig te kunnen testen voordat zij in het echt in gebruik wordt genomen. Het wachten is nog op de software, vertelt servicemanager Arjen Verhoeven terwijl hij een kast opentrekt om de PLC’s te laten zien.

Pilz werkt aan het sluisproject in opdracht van – en in samenwerking met – de provincie Zuid-Holland, die het systeem wil gaan toepassen in Gouda. Een bekende klant voor Pilz Nederland, dat in de afgelopen tien jaar zijn verkoopactiviteiten gestaag uitbreidde met dienstverlening. ‘Overheden hebben na vele bezuinigingsslagen niet meer de expertise in huis om alles in bijvoorbeeld infrastructuurprojecten zelf te doen. Ze kloppen dan bij organisaties als de onze aan. Niet alleen voor de producten, maar ook voor de kennis. De meeste OEM’s en systeemintegratoren nemen alleen de componenten af en hebben genoeg aan onze ondersteuning.’

Met de provincie hadden Verhoeven en collega’s al eens een brugbesturing ontworpen. Dat was met behulp van het ‘oude’ besturingssysteem PSS 3000, sinds 1995 het werkpaard van de Duitse automatiseerder die zich beroept op een lange historie in veiligheidskritieke componenten en toepassingen. Als zodanig heeft het bedrijf menig standaard voortgebracht in de machineveiligheid en aanpalende vakgebieden.
Vorig jaar vond Pilz het tijd dat PSS 3000 gezelschap kreeg. Dat is er gekomen in de vorm van PSS 4000. Pilz blijft de PSS 3000 gewoon leveren en gebruiken in zijn oplossingen. Voor sommige applicaties blijft de PSS 3000 namelijk prima voldoen.

‘Het grootste verschil tussen de PSS 3000 en PSS 4000 is het bussysteem. De PSS 3000 gebruikt SafetyBUS P, de PSS 4000 Safetynet P, een veiligheidsprotocol dat over standaard Ethernet beschikbaar is. Dat reduceert de benodigde investeringen om op afstand te kunnen bedienen - een markttrend waaraan wij graag wilden kunnen voldoen’, licht Verhoeven toe. ‘Safetynet P biedt verder een grotere bandbreedte. Voor veiligheidsgerelateerde toepassingen is een lage bandbreedte overigens zelden een probleem, omdat signalen als ‘deur is zojuist gesloten’ of ‘noodstop is ingeslagen’ niet veel data beslaan. Met een hogere bandbreedte kun je bijvoorbeeld actuatorposities realtime gaan doorgeven en dus in meer detail functie monitoren. Zoiets behoorde met de PSS 3000 niet tot de mogelijkheden.’

De PSS 4000 is verder sneller dan de PSS 3000 en kan met negen stuks meer programma’s tegelijkertijd afwerken. De bouwvorm is wat compacter, hetgeen vooral bij ombouwprojecten een voordeel kan zijn, en de programmering is vereenvoudigd, onder meer door die objectgeoriënteerd te maken en volledig in overeenstemming te brengen met de IEC 1131-standaard voor PLC’s. Op die manier wil Pilz het zijn klanten makkelijker maken om over te stappen naar zijn systemen, zegt Verhoeven.

Operationeel
Voor de provincie was de keuze tussen PSS 3000 en PSS 4000 eenvoudig: besturing op afstand moest tot de mogelijkheden behoren. Het is immers een groot voordeel om sluizen te kunnen bedienen zonder dat er iemand fysiek aanwezig moet zijn. De keuze voor de PSS 4000 bood de Nederlandse Pilz-vestiging de gelegenheid om voor het eerst de tanden in het nieuwe systeem te zetten. ‘We hadden het al geleverd aan verschillende klanten, maar daar speelden we geen bepalende maar slechts een ondersteunende rol in het project. De brug- en sluisbesturing was voor ons een echte demonstrator.’

De crux van de besturing schuilt in hoe de verschillende functies elkaar opvolgen. Alleen als de ene sluisdeur gesloten is, mag de andere open. Alleen als de slagbomen zijn gesloten, mag de brug omhoog gehaald worden. Als een schip aan de ene kant groen licht heeft gekregen, moeten de seinen aan de andere kant te allen tijde op rood. Aldus ontstaat er een complex woud van situatieafhankelijke regels die het veilig functioneren van de bruggen en sluizen waarborgt. Negen PLC’s – bij iedere brug en sluisdeur twee, plus eentje voor de bediening en centrale coördinatie – verzorgen de aansturing, maar ook de controle. Slagbomen gaan pas dicht als het commando tot sluiting is gegeven én als de sensoren aan hebben gegeven dat de landverkeerseinen (stoplichten) werkelijk aan zijn, bijvoorbeeld.

Met de afhandeling van alle sensoren en schakelaars geautomatiseerd en alle denkbare scenario’s geprogrammeerd, blijft er voor de sluiswachter niet zoveel meer over om te doen. Hij hoeft slechts aan te geven aan welke kant de sluis een schip moet doorlaten, dan doorloopt het systeem de daarvoor benodigde stappen. Wel moet de sluiswachter iedere deelstap fiatteren wanneer het systeem aangeeft daarvoor gereed te zijn. Deze menselijke tussenkomst biedt extra zekerheid en is noodzakelijk om te controleren dat er geen mensen zijn op plaatsen waar zij niet horen te zijn.

‘Het enige aspect dat minder standaard was in vergelijking met de systemen die wij meestal realiseren, is de noodstop’, vertelt Verhoeven. ‘In bijna alle cases die wij verzorgen betekent een noodstop dat alle bewegende delen tot stilstand gebracht moeten worden. Bij een sluis is dat niet noodzakelijkerwijs het geval. Het kan heel goed zijn dat de sluiting van de schuiven juist door moet gaan, ook al is de rood-gele knop ingedrukt.’

Inmiddels is het testen van het systeem in volle gang. Eind dit jaar moet het Goudse brug- en sluiscomplex operationeel zijn.

vrijdag 1 januari 2010

PILZ, innovator 2009: Zuid-Holland stapt over op het PSS4000, het universele automatiseringssysteem

Pilz is een toonaangevend en innovatief bedrijf in de automatiseringstechniek. Dat blijkt uit bijvoorbeeld het door haar ontwikkelde objectgeoriënteerd automatiseringssysteem PSS4000. In dit systeem zijn software, hardware en methodiek tot één geheel samengesmeed. Het systeem combineert veiligheids- en standaard functies met motion control in combinatie met diagnose en visualisering. De provincie Zuid-Holland ziet de voordelen en heeft besloten om haar sluizen en bruggen volledig op dit automatiseringsysteem af te stemmen, waarbij de universele software zorgt voor optimale diagnosefaciliteiten en snel en vereenvoudigd onderhoud.

Bruggen en sluizen
Arjen Verhoeven, Manager Solutions Department maakt met veel enthousiasme de samenwerking met Zuid-Holland kenbaar: “Wij zijn voor Zuid-Holland met twee verschillende projecten bezig. De een is een sluizencomplex en de andere is een bedieningscentrale die 84 objecten bewaakt, bestuurt en controleert. Deze bedieningscentrale is weer onderverdeeld in acht bedieningsposten, zeg maar brugwachtereenheden. Van hieruit worden de bruggen en sluizen in de regio aangestuurd.” De beide projecten zijn met elkaar in overeenstemming. Dat wil zeggen dat er voor beide projecten voor dezelfde automatiseringsstructuur is gekozen. In Gouda staat een sluiscomplex dat momenteel in  de voorbereidingsfase zit. Dit houdt in dat de specificaties en de functionele beschrijvingen gereed zijn. Arjen Verhoeven verwacht dat de praktische installatiefase omstreeks zomer 2010 zal zijn afgerond.

“In februari 2010 is de software gereed en volgt er een testfase op een natuurgetrouw functioneel hardwaremodel van schaal 1:25. Hier wordt de volledige softwareapplicatie praktisch op alle mogelijke en onmogelijke voorkomende situaties getest. Alle functies binnen een sluizencomplex zijn in het model ondergebracht. We willen er zeker van zijn dat als de applicatie op de werkelijke locatie wordt geïnstalleerd het systeem ook aan alle eisen qua veiligheid en betrouwbaarheid voldoet.”

De feitelijke situatie zal zijn dat er per deelsysteem een I/O-module aanwezig is, waar alle I/O met betrekking tot de bewegende delen en de veiligheidsinrichtingen van de sluizen in zijn ondergebracht. Denk hierbij aan de afsluitbomen, de brug, de sluisdeuren en de seinen. Alle I/O-punten komen samen in de PLC die als decentraal systeem alles in de gaten houdt. Om de software zo universeel mogelijk te houden zijn er voor alle mogelijke componenten binnen het sluizencomplex standaard objecten gedefinieerd. Dat betekent dat alle objecten ook in toekomstige projecten kunnen worden ingezet en er geen misverstanden over hoeven te ontstaan hoe het een en ander is opgebouwd en functioneert.

Veiligheid
De veiligheid is optimaal geregeld. Niet alleen op technisch niveau is alles redundant uitgevoerd, maar zijn ook alle regelingen en schakelcircuits beveiligd. Arjen Verhoeven noemt als voorbeeld de seinen. “Je wilt er zeker van zijn dat het verkeerd stilstaat voordat de brug opengaat en de sluis in werking treedt. Dus eerst het sein op rood, dan de afsluitbomen sluiten en vervolgens als deze afsluitbomen ook daadwerkelijk dicht zijn kan  de brug in beweging worden gezet. Maar ook de werking van de LED-lampen wordt aan de hand van de aanstuurkaart gecontroleerd in combinatie met een stroomrelais, zodat ook wordt gewaarborgd dat de seinen goed functioneren!” Op deze wijze worden ook de afsluitbomen gecontroleerd en de sluisdeuren in combinatie met de nivelleerkleppen. Kortom: er wordt optimaal gecontroleerd op veiligheid en alle aspecten die met veiligheid te maken hebben van zowel mens als installatie. Alle veiligheidsketens voldoen dan ook aan SIL 3 conform IEC 62061.

Het systeem in het sluizencomplex bevat zeven I/O-punten: de PLC met acht remote I/O-stations. Van deze remote I/O-stations is de helft fail-safe uitgevoerd. Verder worden van de slagbomen de posities gecontroleerd en wordt van de brug de positie en de snelheid gecontroleerd. Tevens worden van de sluisdeuren de stand en de snelheid gemeten en zijn onderling vergrendelingen aangebracht, waardoor wordt voorkomen dat de sluisdeuren tegen elkaar openstaan. Hetzelfde geldt voor de nivelleerschuiven, waarin een vergrendeling is ondergebracht dat ze nooit gelijktijdig kunnen openen. Dit gaat ook op voor de seinen, zodat voorkomen wordt dat beide zijden groen licht krijgen. Kortom: overal is aangedacht om de veiligheid en het gebruiksgemak te optimaliseren. Van belang is dat ook achteraf de architectuur van het PSS4000 systeem kan worden aangepast, dankzij de modularisering en herbruikbaarheid van componenten en de flexibele schaalbaarheid van hardware en software.

De bedieningscentrale
De bedieningscentrale is met de locale decentrale brugwachtereenheden, de bedieningsposten, gekoppeld via SafetyNet P. “Over dit netwerk lopen alle besturingstechnische zaken in bidirectionele richting, evenals alle videobeelden en de VOIP. In de centrale staat een aantal bedieningstafels van waaruit een object op een willekeurige locatie kan worden bediend. Hier maakt het niet uit of het gaat om een sluis of een brug.” Momenteel zijn vijf centrale bedieningsposten actief. Deze posten draaien nu verschillende jaren en zijn nog gebaseerd op de voorloper van het nieuwe SafetyNet P, namelijk de SafetyBUS p. “De eisen en de wensen zijn in de afgelopen jaren aangepast en toegenomen. Dat betekent dat de SafetyBUS p niet meer voldoet als het gaat om de capaciteit. Daarom wordt er ook een migratieslag gemaakt naar het nieuwe netwerk SafetyNet P. Een van de grote voordelen van dit laatstgenoemde netwerk is dat we niet meer gebonden zijn aan de begrenzing van 64 objecten, zoals gedefinieerd volgens de SafetyBUS.”

Suite PAS4000
De suite PAS4000 vormt een onlosmakelijk onderdeel van het PSS4000 systeem. PAS4000 is de bedieningsinterface voor het PSS4000 systeem. De gebruiker heeft hiermee de faciliteiten om op eenvoudige wijze alle complexe functies binnen het systeem te configureren. “Veelal zie je dat de uiteenlopende onderdelen van een ontwikkelingstraject gebruik maken van aparte software om de toepassing tot stand te kunnen brengen. Onze suite PAS4000 smeedt alle functiegebieden binnen het ontwikkelingstraject tot een geheel. Alle hulpmiddelen voor engineering, programmering, ingebruikneming en het in bedrijf stellen zijn ingebed en volledig op elkaar afgestemd.” Wat JanTournois, directeur Pilz Nederland, daarbij aangeeft zijn dat bijvoorbeeld alle gebruikersinterfaces uniform en consistent zijn en dat alle onderlinge voorzieningen voor het uitwisselen van informatie tussen de modulen onderling op een eenvoudige wijze tot stand worden gebracht. Hij onderstreept dat hierdoor mogelijke fouten als gevolg van verkeerde communicatie of foutieve invoer worden geminimaliseerd. “Ook dit leidt weer tot een verlaging van de ontwikkelkosten en een reducering in kosten!”

Real-time Ethernet SafetyNET p
Het PSS4000 biedt de gebruiker de mogelijkheid om uit verschillende vermogensklasse te kiezen. De koppeling en de communicatie vinden daarbij altijd plaats via het real-time Ethernet SafetyNET p. Het gaat hierbij om een deterministisch netwerk voor industriële omgevingen. Pilz maakt gebruik van SafetyNET p RTFL (real-time frame regel), een versie die geoptimaliseerd is voor zeer snelle communicatie in snelle en dynamische toepassingen. Van belang is dat dit protocol expliciet de dynamische detectie- en netwerkstructuur ondersteunt, waardoor allerlei serviceapparatuur kan worden aangesloten voor bijvoorbeeld ondersteuning of hulp op afstand. In combinatie met het PSS4000 systeem is het mogelijk om decentrale dataverwerking te realiseren. Impliciet betekent dit dat complexe toepassingen gebruik kunnen maken van een modulaire structuur en flexibele individuele modules als het gaat om dimensionering, planning en de ingebruikneming van installaties. Een bijkomend voordeel is dat zeer snel op locale gebeurtenissen kan worden gereageerd.



Voor meer informatie over Pilz nieuwe besturingssysteem kijk op www.objectgeorienteerd.nl

dinsdag 1 september 2009

Pilz onderzoekt mogelijkheden veiligheidsgerelateerde data over IP gebaseerd netwerk

Pilz Nederland heeft onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van het communiceren van veiligheidgerelateerde data over een IP gebaseerd netwerk. Het uitgangspunt van dit onderzoek was het bepalen van de noodzakelijke betrouwbaarheid van de verbinding en de maximaal haalbare veiligheidsniveau.

Het nieuwe veiligheidscommunicatieprotocol SafetyNET p is TUV gekeurd en toe te passen in applicaties t/m SIL 3.




Dit IP gebaseerde protocol opent vele mogelijkheden voor het op afstand bedienen van beweegbare bruggen, sluizen en tunnels. Het is gezamenlijk toe te passen in combinatie met andere netwerkprotocollen en maakt het mogelijk om een verbinding toe te passen voor veiligheid, video en VoIP.

Om een betrouwbare verbinding te realiseren (betrouwbaar -> beschikbaar) is het noodzakelijk een separate VLAN te configureren voor het SafetyNET protocol, hiermee wordt voorkomen dat de noodzakelijke bandbreedte wordt gebruikt door de video of VoIP datatransport.

Voor het onderzoek is getest of de SafetyNET p verbinding toe te passen is in een kantooromgeving in combinatie met verschillende andere netwerkverbindingen en streaming video. Deze test is zonder problemen verlopen, waarmee is aangetoond dat de combinatie van video en SafetyNET p mogelijk is op hetzelfde netwerk.

Ook is getest of via een VPN verbinding dezelfde communicatie op te bouwen is. Hieruit bleek dat met de huidige (prototype) van de hardware de veiligheidstechnische communicatie niet te realiseren is; vanwege de bandbreedte van de VPN tunnel en de in de prototype van de hardware vast ingestelde time-out van 10ms. Door deze time-out kon alleen de niet-veiligheid gerelateerde data worden overgedragen. Het SafetyNET p protocol is voorzien van een instelbare time-out, deze functionaliteit zal in de nabije toekomst ook worden ondersteund door de PAS configuratiesoftware.

De bevindingen:
Het SafetyNET p protocol van Pilz is uitstekend geschikt voor het communiceren van veiligheid en besturingsgerelateerde data over een IP netwerk, zelfs als deze wordt gecombineerd met andere netwerk protocollen. Uiteraard moet het netwerk goed worden opgebouwd om beschikbaarheid van het object te kunnen garanderen.

zondag 1 maart 2009

Hoe verkeer over water veilig gemanaged kan worden. Meer aandacht voor veiligheid

Als aanbieder van veilige automatiseringssystemen zien wij dat veiligheid een steeds belangrijker onderwerp wordt, ook bij het managen van verkeer over water. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft enige jaren geleden de Nota Mobiliteit uitgebracht. Hierin staan verbeteringen voor de afhandeling van het verkeer over water. Verkeersmanagement lijkt daarbij het toverwoord, maar de consequenties zijn niet voor iedereen altijd even duidelijk.
De beheerders van bruggen en sluizen binnen de centrale en decentrale overheid, die in de praktijk als eerste met de verantwoordelijkheid worden geconfronteerd, willen daarom duidelijk weten wat de gevaren zijn die zij zullen tegenkomen.

Wetgeving en normen
Beweegbare bruggen en sluizen zijn installaties die vallen binnen het toepassingsgebied van de Arbowet en de Machinerichtlijn. Zowel bestaande als nieuwe installaties moeten voldoen aan de eisen van de Arbowet. Nieuwe machines en machinedelen (bouwjaar vanaf 1995) moeten voldoen aan de Machinerichtlijn. Om aan de eisen van de richtlijn te voldoen, kan gebruik gemaakt worden van normen die hieraan een nadere invulling geven.
Naast een goede doorstroming van het verkeer zoekt de overheid ook naar verbetering van de efficiëntie bij de bediening van kunstwerken. Bestaande kunstwerken worden steeds vaker op afstand bediend. Bedieningscentrales nemen de taken van lokale posten over. Deze verandering stelt hogere eisen aan het bedienend personeel. Daarnaast wordt de infrastructuur steeds complexer, waardoor het risico op menselijke fouten toeneemt.
Door de veranderingen in de bedrijfsvoering en zwaardere gebruikseisen, ontstaat er onzekerheid op operationeel niveau, zoals bij de beheerders van bruggen en sluizen. Welke gevaren zijn er, wat zijn de eisen, hoe kan ik er aan voldoen en wie neemt de verantwoordelijkheid?

Specifieke kennis
Om de verantwoordelijkheid voor installaties te kunnen dragen en veiligheid te kunnen realiseren is specifieke kennis nodig over:

  • het opstellen van specificaties
  • borgen van veiligheid
  • op afstand bediende kunstwerken
  • toepassen van camera's
  • besturingstechnische veiligheid
Projectaanpak
Beheerders van bruggen zijn verplicht een gestructureerde beoordeling uit te voeren. Alleen zo kan men de verschillende nationale en internationale normen en geldende wetgeving naleven. Een deskundig uitgevoerde risicoanalyse is dan ook het beste uitgangspunt voor het definiëren van veiligheidsmaatregelen die eventuele schade zo veel mogelijk kunnen voorkomen.