Posts tonen met het label safetynet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label safetynet. Alle posts tonen

maandag 4 april 2016

Controle en projectafsluiting met PAS4000

Leer in deze tutorial hoe u projecten met de software PAS4000 afsluit en overdraagt en hoe u rapporten maakt.

Eenvoudig naar de bestemming met de tutorials van Pilz
Met het automatiseringssysteem PSS 4000 realiseert u veiligheid en automatisering met behulp van het softwareplatform PAS4000. In de tutorials leert u veel handigheden kennen en komt u te weten hoe u nog efficiënter met het softwareplatform kunt werken. In de afgelopen series hebben wij laten zien hoe u een project in PAS4000 kunt starten en programmeren. Maar wat moet er worden gedaan nadat het project is gemaakt?

Individueel projecten licentiëren met de PASunits

In deze tutorial ervaart u hoe u programma-editors, functiebouwstenen en speciale netwerkfuncties met de PASunits kunt licentiëren.

Veiligheid en automatisering kunnen met het automatiseringssysteem PSS 4000 en het softwareplatform PAS4000 eenvoudig en snel worden gerealiseerd. Hiervoor kunt u het softwareplatform PAS4000 met al zijn functies gratis downloaden. Inclusief een uitgebreide bibliotheek met functiebouwstenen, die allemaal door de TÜV gekeurd zijn. Als u uw project hebt getest en voor de productie wilt vrijgeven, moet u het in PAS4000 licentiëren. Daartoe moet u puntwaarden, onze PASunits, verwerven. Met de PASunits kunt u verschillende programma-editors, functiebouwstenen en speciale netwerkfuncties licentiëren.

dinsdag 3 november 2015

Mechatronische aanpak voor automatisering; Begin bij de functie

Slimme fabriek, Industrie 4.0, zelf-controlerende productie - de machinebouw-sector richt zijn blikken momenteel op de toekomst. Het tempo van innovatie en snellere ontwikkelingstijden spelen een steeds belangrijkere rol in de wereldwijde concurrentie. Om technische processen te vereenvoudigen en de mogelijkheid van hergebruik van de afzonderlijke units te vergroten, richten ontwerpers hun aandacht op een modulair ontwerp van machines, ofwel op een mechatronische aanpak.

De mechatronische aanpak vormt een succesfactor voor bedrijven bij het ontwikkelen van nieuwe fabrieken en machines. De term “mechatronisch” geeft de wisselwerking aan tussen het “mechanische” en het “elektronische” aspect. Een systeem dat is opgebouwd op basis van de mechatronische aanpak bestaat in wezen uit modules. Elke module bevat sensoren, actuatoren, informatieverwerking en een mechanisch basissysteem (hydraulisch en/of pneumatisch). 

donderdag 25 september 2014

Waar veiligheid, kwaliteit en flexibiliteit samenkomen

Indian Railways, de door de staat beheerde Indiase spoorwegmaatschappij, is opgericht in 1951 en beheert een van de grootste en meest gebruikte spoorwegnetten. Elke dag worden er ongeveer 15 miljoen passagiers en 350 miljoen ton vracht vervoerd op de rails die zich verspreidt over 63.000 kilometer. Het automatiseringssysteem PSS 4000 ondersteunt dit moderniseringsproces.

Een van de voornaamste problemen van het  Indiase spoorwegnet is dat er vier verschillende spoorbreedtes  zijn in combinatie met de grillige  grondexploitatie en meestal verouderde technologie. Het doel is om het breedspoor uit te breiden. Uitbreiding is versneld door 'Project Unigauge', dat werd geïnitieerd door de Indiase regering in 1992: alle bestaande metersporige en smalsporigetracks worden geleidelijk omgezet in breedsporige, omdat een breedspoor zwaardere lasten en hogere snelheden toelaat.
'Unigauge' maakt grote stappen in de richting van een gestandaardiseerd breedspoor. Dit komt mede door efficiënte spoorproductie, waarin de PSS 4000 hoge productieniveaus en productiekwaliteit verzekert.

dinsdag 23 juli 2013

Bruggen veilig en efficiënt beveiligen

Het automatiseringssysteem PSS 4000 zorgt voor een veilige bewaking van positie en snelheid bij een van de grootste hefbruggen van Europa.
 
De Pont de Recouvrance in het West-Franse Brest behoort tot de grootste hefbruggen van Europa. In het kader van een mechanische en technische modernisering werd het automatiseringssysteem PSS 4000 in combinatie met het real time-Ethernet SafetyNET p toegepast.

Real time-overdracht als doorslaggevende eigenschap

Een beslissend criterium voor het gebruik van het automatiseringssysteem PSS 4000 was behalve de veilige overdracht van alle relevante positiegegevens van het hefveld ook de mogelijkheid om deze gegevens in real time te verwerken. Diverse hard- en softwarecomponenten zorgen hierbij voor de bewaking van de verschillende signalen. Via SafetyNET p communiceren de bruguiteinden met elkaar, zodat het eenzijdig heffen van de brug kan worden uitgesloten.

Flexibele automatiseringssystemen zoals PSS 4000 maken hiermee een veilige en efficiënte renovatie mogelijk en zijn geschikt voor de aanpassing van installaties aan nieuwe uitdagingen

Meer informatie:
automatiseringssysteem PSS 4000
Toepassing brugbeveiliging
Verdere toepassingen PSS 4000

donderdag 14 februari 2013

SafetyNET p® and PSS 4000 as the basis for remote control and protection of rail networks

Railway systems can be compared with distributed production plants in industry: As an operator the aim is to incorporate even remote plant sections simply into an integrated overall concept and to monitor and control the process from a central control centre, without an immense amount of cabling work. The real-time Ethernet SafetyNET p operates in conjunction with the automation system PSS 4000 from Pilz to perform holistic control and safety tasks in the rail traffic sector. The system has the necessary CENELEC approvals and is even SIL 4-capable for the overall application.

A remote control solution INIS-TC developed by Intelis SA, based in Bussigny-près-Lausanne, is responsible for seamless, optimized and safe rail transport on this long line. The Swiss Federal office of transport (FOT) has issued the necessary operating permit. The heart of the remote control solution is the real-time ethernet SafetyNET p in conjunction with the Pilz automation system PSS 4000 for standard and safety functions. SafetyNET p connects the subsystems over long distances and via various media. It provides the benefits of a decentralized control structure without the complexity that
is normally associated with such a system.

In detail, the PSS 4000 consists of multiple hardware and software components such as the decentralized I/o system PSSuniversal, as well as SafetyNET p with its corresponding network components. Other control systems and I/o units can also be connected in a decentralized structure. One of the characteristics of modules with an -R (Railway) in the product name is a particularly robust design. The overall solution meets increased safety and environmental requirements up to SIL 4 of CENELEC en 5012x. Economical solutions are needed at all levels in order to achieve long-term competitiveness with an attractive transport and service offering. This applies to rail operating technology too, of course: appropriate operation and control concepts must optimize procedures and traffic flow, as well as providing maximum safety. The latter is especially important where risks typically arise; such as on level crossings for example. This is a particular challenge, not least due to the long distances involved.

Modern control technology is the future
Even today, classic relay technology with positive guided contacts is often used in railway and signaling technology. But here too, the established trend during modernization work, wherever possible, is to replace cable-intensive hardware that is susceptible to wear with powerful software and hardware, in conjunction with an easy-to-manage network.

Safe data transfer
Today, 17 stations are equipped with the safe, programmable control unit PSSuniversal, which has an integrated interface to the signal box. This sends information to the communication server as well as to the programmable safety systems via SafetyNET p. It is here especially that the modularity of the components proved to be a particular advantage; inputs and outputs could be configured as required in standard and failsafe mode, without extensive cabling work. The SafetyNET p network is a closed loop; one fibre-optic cable across the whole line connects all the communicating components. Today, rail dispatchers can monitor and control all rail traffic on the line safely and reliably from two central control stations in Montreux and Zweisimmen. They receive standard as well as safety-critical feedback, which displays the status of the rail traffic and the signal boxes without interference and in real-time. If necessary, the rail dispatchers can actively control rail traffic or take appropriate measures in the event of a fault.

Data exchange is via SafetyNET p, which is TÜV-approved to SIL 3. If a fault should occur anywhere on the loop, data exchange is still guaranteed through intelligent switches. Corresponding operator panels are used to visualize the information and operating statuses, to graphically represent the stations and to display alarm and event messages. Actual safety stays at the scene of the event: it is always the respective PSSuniversal head modules on-site that check whether a half barrier is closed or a track section is actually free, for example.

The funicular in Les Avants, which links into the railway track, will shortly be integrated into the existing INIS-TC remote control system, which is already operating successfully.

vrijdag 1 oktober 2010

Pilz verkent PSS 4000-besturingssysteem met sluiscomplex

staat op het punt het sluiscomplex in maquettevorm te gaan testenNa jaren trouwe dienst kreeg Pilz’ automatiseringssysteem PSS 3000 er vorig jaar een grotere broer bij. Belangrijkste innovatie van de PSS 4000: een overschakeling naar het Safetynet P-bussysteem, dat besturing op afstand vergemakkelijkt. Een Gouds sluizencomplex dient voor Pilz Nederland als testcase.
Boompjes, bootjes en een paar ludieke ‘voorbijgangers’ ontbreken, maar de makers van de maquette hebben aandacht besteed aan de afwerking. Rondom het model van het sluizencomplex ligt een keurige grasmat, zijn alle muren keurig in plastic grijze baksteentjes uitgevoerd en zijn de twee bruggen van de soort die je regelmatig in het waterrijke Nederland tegenkomt. Leuke details natuurlijk, maar het belangrijkste voor besturingsspecialist Pilz is dat alle bewegende delen in het schaalmodel echt werken. Bruggen, seinen, slagbomen en sluisdeuren functioneren zoals ze dat in het echt ook doen.

Pilz heeft alles op echte PLC’s aangesloten om de brugbesturing uitvoerig te kunnen testen voordat zij in het echt in gebruik wordt genomen. Het wachten is nog op de software, vertelt servicemanager Arjen Verhoeven terwijl hij een kast opentrekt om de PLC’s te laten zien.

Pilz werkt aan het sluisproject in opdracht van – en in samenwerking met – de provincie Zuid-Holland, die het systeem wil gaan toepassen in Gouda. Een bekende klant voor Pilz Nederland, dat in de afgelopen tien jaar zijn verkoopactiviteiten gestaag uitbreidde met dienstverlening. ‘Overheden hebben na vele bezuinigingsslagen niet meer de expertise in huis om alles in bijvoorbeeld infrastructuurprojecten zelf te doen. Ze kloppen dan bij organisaties als de onze aan. Niet alleen voor de producten, maar ook voor de kennis. De meeste OEM’s en systeemintegratoren nemen alleen de componenten af en hebben genoeg aan onze ondersteuning.’

Met de provincie hadden Verhoeven en collega’s al eens een brugbesturing ontworpen. Dat was met behulp van het ‘oude’ besturingssysteem PSS 3000, sinds 1995 het werkpaard van de Duitse automatiseerder die zich beroept op een lange historie in veiligheidskritieke componenten en toepassingen. Als zodanig heeft het bedrijf menig standaard voortgebracht in de machineveiligheid en aanpalende vakgebieden.
Vorig jaar vond Pilz het tijd dat PSS 3000 gezelschap kreeg. Dat is er gekomen in de vorm van PSS 4000. Pilz blijft de PSS 3000 gewoon leveren en gebruiken in zijn oplossingen. Voor sommige applicaties blijft de PSS 3000 namelijk prima voldoen.

‘Het grootste verschil tussen de PSS 3000 en PSS 4000 is het bussysteem. De PSS 3000 gebruikt SafetyBUS P, de PSS 4000 Safetynet P, een veiligheidsprotocol dat over standaard Ethernet beschikbaar is. Dat reduceert de benodigde investeringen om op afstand te kunnen bedienen - een markttrend waaraan wij graag wilden kunnen voldoen’, licht Verhoeven toe. ‘Safetynet P biedt verder een grotere bandbreedte. Voor veiligheidsgerelateerde toepassingen is een lage bandbreedte overigens zelden een probleem, omdat signalen als ‘deur is zojuist gesloten’ of ‘noodstop is ingeslagen’ niet veel data beslaan. Met een hogere bandbreedte kun je bijvoorbeeld actuatorposities realtime gaan doorgeven en dus in meer detail functie monitoren. Zoiets behoorde met de PSS 3000 niet tot de mogelijkheden.’

De PSS 4000 is verder sneller dan de PSS 3000 en kan met negen stuks meer programma’s tegelijkertijd afwerken. De bouwvorm is wat compacter, hetgeen vooral bij ombouwprojecten een voordeel kan zijn, en de programmering is vereenvoudigd, onder meer door die objectgeoriënteerd te maken en volledig in overeenstemming te brengen met de IEC 1131-standaard voor PLC’s. Op die manier wil Pilz het zijn klanten makkelijker maken om over te stappen naar zijn systemen, zegt Verhoeven.

Operationeel
Voor de provincie was de keuze tussen PSS 3000 en PSS 4000 eenvoudig: besturing op afstand moest tot de mogelijkheden behoren. Het is immers een groot voordeel om sluizen te kunnen bedienen zonder dat er iemand fysiek aanwezig moet zijn. De keuze voor de PSS 4000 bood de Nederlandse Pilz-vestiging de gelegenheid om voor het eerst de tanden in het nieuwe systeem te zetten. ‘We hadden het al geleverd aan verschillende klanten, maar daar speelden we geen bepalende maar slechts een ondersteunende rol in het project. De brug- en sluisbesturing was voor ons een echte demonstrator.’

De crux van de besturing schuilt in hoe de verschillende functies elkaar opvolgen. Alleen als de ene sluisdeur gesloten is, mag de andere open. Alleen als de slagbomen zijn gesloten, mag de brug omhoog gehaald worden. Als een schip aan de ene kant groen licht heeft gekregen, moeten de seinen aan de andere kant te allen tijde op rood. Aldus ontstaat er een complex woud van situatieafhankelijke regels die het veilig functioneren van de bruggen en sluizen waarborgt. Negen PLC’s – bij iedere brug en sluisdeur twee, plus eentje voor de bediening en centrale coördinatie – verzorgen de aansturing, maar ook de controle. Slagbomen gaan pas dicht als het commando tot sluiting is gegeven én als de sensoren aan hebben gegeven dat de landverkeerseinen (stoplichten) werkelijk aan zijn, bijvoorbeeld.

Met de afhandeling van alle sensoren en schakelaars geautomatiseerd en alle denkbare scenario’s geprogrammeerd, blijft er voor de sluiswachter niet zoveel meer over om te doen. Hij hoeft slechts aan te geven aan welke kant de sluis een schip moet doorlaten, dan doorloopt het systeem de daarvoor benodigde stappen. Wel moet de sluiswachter iedere deelstap fiatteren wanneer het systeem aangeeft daarvoor gereed te zijn. Deze menselijke tussenkomst biedt extra zekerheid en is noodzakelijk om te controleren dat er geen mensen zijn op plaatsen waar zij niet horen te zijn.

‘Het enige aspect dat minder standaard was in vergelijking met de systemen die wij meestal realiseren, is de noodstop’, vertelt Verhoeven. ‘In bijna alle cases die wij verzorgen betekent een noodstop dat alle bewegende delen tot stilstand gebracht moeten worden. Bij een sluis is dat niet noodzakelijkerwijs het geval. Het kan heel goed zijn dat de sluiting van de schuiven juist door moet gaan, ook al is de rood-gele knop ingedrukt.’

Inmiddels is het testen van het systeem in volle gang. Eind dit jaar moet het Goudse brug- en sluiscomplex operationeel zijn.

dinsdag 1 september 2009

Pilz onderzoekt mogelijkheden veiligheidsgerelateerde data over IP gebaseerd netwerk

Pilz Nederland heeft onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van het communiceren van veiligheidgerelateerde data over een IP gebaseerd netwerk. Het uitgangspunt van dit onderzoek was het bepalen van de noodzakelijke betrouwbaarheid van de verbinding en de maximaal haalbare veiligheidsniveau.

Het nieuwe veiligheidscommunicatieprotocol SafetyNET p is TUV gekeurd en toe te passen in applicaties t/m SIL 3.




Dit IP gebaseerde protocol opent vele mogelijkheden voor het op afstand bedienen van beweegbare bruggen, sluizen en tunnels. Het is gezamenlijk toe te passen in combinatie met andere netwerkprotocollen en maakt het mogelijk om een verbinding toe te passen voor veiligheid, video en VoIP.

Om een betrouwbare verbinding te realiseren (betrouwbaar -> beschikbaar) is het noodzakelijk een separate VLAN te configureren voor het SafetyNET protocol, hiermee wordt voorkomen dat de noodzakelijke bandbreedte wordt gebruikt door de video of VoIP datatransport.

Voor het onderzoek is getest of de SafetyNET p verbinding toe te passen is in een kantooromgeving in combinatie met verschillende andere netwerkverbindingen en streaming video. Deze test is zonder problemen verlopen, waarmee is aangetoond dat de combinatie van video en SafetyNET p mogelijk is op hetzelfde netwerk.

Ook is getest of via een VPN verbinding dezelfde communicatie op te bouwen is. Hieruit bleek dat met de huidige (prototype) van de hardware de veiligheidstechnische communicatie niet te realiseren is; vanwege de bandbreedte van de VPN tunnel en de in de prototype van de hardware vast ingestelde time-out van 10ms. Door deze time-out kon alleen de niet-veiligheid gerelateerde data worden overgedragen. Het SafetyNET p protocol is voorzien van een instelbare time-out, deze functionaliteit zal in de nabije toekomst ook worden ondersteund door de PAS configuratiesoftware.

De bevindingen:
Het SafetyNET p protocol van Pilz is uitstekend geschikt voor het communiceren van veiligheid en besturingsgerelateerde data over een IP netwerk, zelfs als deze wordt gecombineerd met andere netwerk protocollen. Uiteraard moet het netwerk goed worden opgebouwd om beschikbaarheid van het object te kunnen garanderen.

woensdag 1 juli 2009

Het Communicatieprotocol SafetyNETp van Pilz





SafetyNET p is een communicatieprotocol dat specifiek door Pilz is ontwikkeld voor industriële toepassingen waarbij risicovolle gegevens overgedragen moeten worden. Door de toepassing van Ethernet als drager van dit protocol wordt tevens een verdere integratie van industriële IT en kantoorautomatisering mogelijk.

Waarom SafetyNET p?
In de automatiseringstechnologie van vandaag, wordt de wijdverspreide veldbus-communicatie meer en meer een beperkende factor. Nieuwe systemen zijn vereist voor het voldoen aan de vraag naar grotere capaciteiten.

De technische automatisering ontwikkelt zich momenteel van gecentraliseerde controlesystemen met eenvoudige binaire sensoren en actuatoren naar complexe decentrale systemen. Binnen besturingssystemen en procesregelsystemen wordt een steeds groter deel van de capaciteit gebruikt voor de verwerking van de gegevens van sensoren en actuatoren.

Deze tendens verandert de eisen die aan de communicatie gesteld worden. In tegenstelling tot de momenteel in gebruik zijnde master-slave communicatie moeten steeds meer gegevens direct tussen verschillende systemen uitgewisseld worden.

De meeste apparatuur op de tot nu toe gebruikte bussystemen waren passief (slave). Met de huidige eisen zal deze apparatuur ook een actieve rol (master) moeten gaan vervullen, met eigen intelligentie. De uit de kantooromgeving bekende moderne IT technologie biedt momenteel een breed scala aan systeemcomponenten tegen gunstige prijzen. Er is een reusachtig potentieel voor innovatie. Het doel is deze technologie voor industriële automatisering te gebruiken. Ethernet vertegenwoordigt de quasi-norm als communicatiemiddel waardoor het hier een prominente rol krijgt.

De ontwikkeling van moderne veldbussystemen zou gericht moeten zijn op het toepassen van de voordelen die Ethernet biedt. De installatie van Ethernetsystemen moet eenvoudiger gemaakt worden. Vergeleken met de nu gebruikte veldbussystemen is Ethernet, in zijn huidige vorm, te complex. De eisen die gesteld worden aan de individuele componenten binnen een productie-installatie blijven ook groeien. Dit beïnvloedt onder andere scantijden, precisie/frequentie van metingen, gegevensopslag en verwerkingcapaciteit.

De prestatie van zowel procescomputers als communicatiesystemen zullen aan de groeiende behoefte van technische automatiseringssystemen moeten voldoen.

Het moderne op Ethernet gebaseerde veldbussysteem SafetyNET p van Pilz voldoet aan bovengenoemde eisen. Daarnaast is SafetyNET p eenvoudig te installeren en even betrouwbaar als de reeds in gebruik zijnde veldbussystemen.

Technische gegevens van SafetyNET p's
SafetyNET p is een multi-master bussysteem. Alle apparaten op het netwerk hebben gelijke rechten. De scantijd van de bus bij SafetyNET p kan worden aangepast aan de eisen van de applicatie. De minimale scantijd van de bus is 62.5 μs. Hierdoor is het zelfs mogelijk om SafetyNET p te gebruiken in de regelkring van een frequentieregelelaars bij de informatieuitwisseling tussen de encoder en de snelheidsregellaar.

Een veelheid aan hoog dynamische toepassingen is derhalve mogelijk. Taken en “events” kunnen met grote nauwkeurigheid over het gehele netwerk worden verwerkt en opgeslagen. Dit is een eis die gesteld wordt aan “real time” applicaties.

In een real time applicatie kan een “jitter” van rond 100 ns bereikt worden. Het protocolbevat een kanaal voor de overdracht van veiligheidskritische gegevens dat gecertificeerd is overeenkomstig SIL 3 volgens IEC 61508. Zowel veiligheidkritische gegevens als standaardgegevens worden via dezelfde buskabel overgedragen. De niet-veiligheidskritische deelnemers op het netwerk hebben directe toegang tot de veiligheidskritische gegevens en kunnen deze gegevens voor standaard taken gebruiken.

SafetyNET p is uiterst flexibele, niet alleen wanneer het over het selecteren van een geschikte scantijd voor de bus gaat, maar ook wanneer men moet beslissen over de aangewezen topologie: lineair, ster, boom en de ringstopologieën worden allen ondersteund.

Het RTFL- communicatie type is geschikt voor “intra-cell” communicatie omdat deze de snelste scantijden voor de bus toestaat. De RTFN-communicatie type wordt gebruikt voor hogere niveaus omdat deze de beste coëxistentie met de bestaande systemen biedt.

De interface met de applicatie wordt gemaakt via de bekende technologie van CANopen. Bestaande apparatuur met een CANopen interface kan op eenvoudige wijze omgebouwd worden naar SafetyNET p door de transportlaag te wijzigen.

Intelligente technieken toegepast om het processorvermogen, voor de communicatie binnen de SafetyNET p apparatuur, tot een minimum te beperken. Dit vermindert bijvoorbeeld de kosten voor eenvoudige veldapparaten zoals I/O modules. Systemen die geen real time functie hebben (Scantijd > 1 ms) kunnen opgebouwd worden met standaard Ethernet apparatuur.

SafetyNET p gebruikt de technologie van Ethernet
De interface hangt af van het vereiste prestatieniveau: Als de snelste mogelijke communicatie vereist wordt moet RTFL communicatie gebruikt worden. Deze is gebaseerd op OSI Laag 2 van Ethernet (MAC frames).
Voor communicatie binnen gemengde op Ethernet gebaseerde netwerken, van cel naar cel of in standaard netwerken, wordt TCP/IP of UDP/IP communicatie gebruikt.

De conventionele COTS (standaard) infrastuctuur van Ethernet als dit acceptabele prestaties geeft. Daarbij kunnen ook de standaard connectoren, kabels, routers en swtches it omvat zijn omvat schakelaars, kabels, routers, gateways of communicatiekanalen.

Ethernet als veldbus
Ethernet werd oorspronkelijk ontwikkeld om grote hoeveelheden gegevens uit te wisselen tussen grote computersystemen, zonder dat er enige specifieke eisen ten aanzien van het real time gedrag werden gesteld.

De technologie van Ethernet moet worden geoptimaliseerd om aan de eisen, ten aanzien van de deterministische communicatie, eenvoudig ontwerp en goede algemene prestaties, voor een veldbus te voldoen.

Een Ethernet dataframe is ontworpen voor het overdragen van grote pakketten data. De minimale grote van zo’n frame is 48 bytes. Als kleinere datapakketten worden verzonden worden de ongebruikte bytes toch verzonden. Dit fenomeen heet padding.

Gebaseerd op een Ethernetframe met een header van 26 Bytes, zou de het framegrootte van 48 bytes inefficiënt lijken voor een I/O apparaat met 16 bits. Twee 2 Bytes met bruikbare gegevens staan dan tegenover een overhead van 72 Bytes. Zelfs bij een busbelasting van 100%, zal het aandeel bruikbare gegevens per verbinding nooit hoger worden dan 3%.

De Ethernetframes in de zender en de ontvanger worden verwerkt in een protocolstack. De protocolstack wordt meestal verwerkt in de processor van het apparaat en daardoor een last de beschikbare verwerkingscapaciteit.

De verwerkingstijd van de processor is nog langer dan de tijd die het kost om de gegevens via de Ethernet kabel over te brengen. Het mag duidelijk zijn dat de processorcapaciteit voor de verwerking van ethernetcommunicatie vele malen groter is dan die van veldbussystemen.

Als de TCP/IP gegevensframes worden gebruikt om de gegevens over te dragen, zullen alle apparaten IP adressen moeten hebben. Ook hier geld dat het werk dat komt kijken bij het selecteren en toewijzen van de adressen significant groter is dan bij veldbussen.

De standaard Ethernet netwerken kenmerken zich gewoonlijk door een boom of sterstructuur. Één of meerdere gecentraliseerde switches worden direct aangesloten op de individuele eind-apparaten. Dit betekent dat elk eind-apparaat een poort op de switch nodig heeft.

Als meerdere switches toegepast worden, vormen deze gewoonlijk een stervorming netwerk. Dit type netwerk is te complex en kostenintensief voor toepassing bij veldbussystemen.

Om er voor te zorgen dat de Ethernetgebruikers met elkaar kunnen communiceren functioneren de switches in het sterpunt van een Ehternetnetwerk als een hub. Zij ontvangen Ethernetframes bij één poort en zodra het frame geheel ontvangen is geven zij het aan de relevante bestemming(poort) door. Als de bestemming(poort) de gegevens niet kan ontvangen, zal deze switch tijdelijk voor het frame als buffer optreden.

Dit proces, plus de interne verwerkingstijd binnen de switch, veroorzaakt over het algemeen kleine maar onberekenbare vertragingen, die kunnen worden beschouwd als jitter.

Bovengenoemde aspecten moesten worden opgelost om Ethernet geschikt te maken om als veldbus te gebruiken.



Meer informatie over SafetyNET p en de vereniging die de ontwikkeling hiervan mogelijk heeft gemaakt is te vinden op www.safetynetp.com.