Posts tonen met het label Bijlage 1. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bijlage 1. Alle posts tonen

woensdag 4 mei 2011

Het CE-markeringstraject – Machines (vervolg, Deel 2)

Voordat CE-markering op het product kan worden aangebracht moet aan bepaalde wettelijke eisen worden voldaan. Deze eisen komen voort uit de zogenaamde Europese richtlijnen. Om ervoor te zorgen dat aan deze wettelijke eisen wordt voldaan moeten een aantal stappen doorlopen worden. De verzamelnaam voor de verschillende stappen is ‘het CE-markeringstraject’. Dit traject, evenals de te onderscheiden stappen wordt hieronder kort toegelicht.

1.    Product definitie
2.    Bepaal welke richtlijnen er van toepassing zijn;
a.    Machinerichtlijn, Richtlijn Laagspanning, Richtlijn Elektromagnetische Compatibiliteit…..
3.    Keurende instantie noodzakelijk? Zo ja, schakel deze in.
4.    Toetsen aan essentiële eisen (Bijlage I) per richtlijn;
5.    Bepaal welke normen er van toepassing zijn;
6.    Uitvoeren van een risicobeoordeling;
7.    Treffen van risicoreducerende maatregelen;
8.    Technisch (constructie)dossier samenstellen;
9.    Gebruikshandleiding in taal van land van gebruik;
10.    Verklaring van overeenstemming opstellen (IIA-verklaring);
11.    CE-markering plaatsen

A.1,2    Product Definitie en Inventarisatie richtlijnen
Voordat bepaald kan worden of een product voldoet aan de richtlijnen en waar eventuele aanpassingen vereist zijn wordt geïnventariseerd welke richtlijnen (http://www.newapproach.org/Directives/DirectiveList.asp) van toepassing zijn. Dit houdt in dat de machine getoetst wordt aan het toepassingsgebied van verschillende richtlijnen.

A.3    Notified Body – Keurende Instantie
Voor de meeste machines mag de fabrikant zelf de CE-markering aanbrengen. Voor een aantal groepen machines, die een hoger niveau van gevaar kennen, mag de fabrikant dit niet zelf doen. Voor die machines moet een zogenaamde ‘Aangewezen Instantie’ een keuring uitvoeren. Afhankelijk van de situatie bestaan er verschillende keuringsmodules. Deze machines vallen onder Bijlage IV van de Machinerichtlijn. Dit zijn onder andere: spuitgietmachines.
Keuringsprocedures kunnen variëren van het uitvoeren van een zogenaamde ‘typekeuring’ tot het beoordelen van het Technische Constructie Dossier. Deze ‘typekeuring’, dan wel beoordeling van het TCD wordt uitgevoerd door de Aangewezen Instantie, ofwel een ‘Notified Body’, die gespecialiseerd is op dat specifieke gebied.

A.4    Bepaling & Toetsing relevante eisen Machinerichtlijn – Bijlage I
In deze fase wordt bepaald aan welke eisen uit de bijlage van de Machinerichtlijn de machine moet voldoen. Daarnaast dienen de overige richtlijnen op essentiële eisen te worden gecontroleerd.

A.5A    Inventarisatie normen
De Europese productrichtlijnen bevatten vrij algemene (niet-technische) eisen. Aan deze eisen moet technische invulling gegeven worden middels de in normen verwerkte gegevens (bij voorkeur Europees geharmoniseerde normen). In deze fase wordt onderzocht welke normen relevant zijn voor de machine en wordt vastgesteld aan welke normen voldaan moet worden.

A.5B    Controle op basis van C-norm
Voor een groot aantal machines is een zogenaamde C-norm uitgebracht. Deze categorie normen bevat informatie aangaande de veiligheid voor specifieke machines. In deze stap wordt gecontroleerd of de machine voldoet aan de eisen van deze C-norm. Indien er geen C-norm bestaat voor de machine wordt deze stap overgeslagen.

A.6A    Gevarenidentificatie
Op basis van het ontwerp, het prototype en/of vergelijkbare producten wordt onderzocht welke risico’s er bij het gebruik van het product in de ruimste zin van het woord ontstaan. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een checklist op basis van een Europees geharmoniseerde norm betreffende risicoanalyses en eventuele aanvullende checklisten die in andere productspecifieke normen voorkomen.

A.6B    Risico-inschatting
Nadat gevaren zijn geïdentificeerd is het belangrijk te bepalen hoe groot de risico’s zijn en welke factoren de hoogte van de risico’s bepalen.

A.7    Risicoreductie
Bij deze stap wordt bepaald of er risico’s zijn die gereduceerd moeten worden en op welke manier zij gereduceerd kunnen worden. De in de vorige stap vastgestelde waardes zijn essentieel bij de keuze van de reductiemaatregelen.

A.8    Samenstellen Technisch (Constructie) Dossier (TD)
Tijdens de verdere ontwikkeling en de daadwerkelijke constructie van het product dient een dossier te worden samengesteld. Dit dossier dient alle onderdelen te bevatten die zijn genoemd in de Machinerichtlijn. Het TD kan worden gezien als het bewijsmateriaal dat de veiligheid van het product moet aantonen. Daarom is het van groot belang dat alle noodzakelijke gegevens hierin verwerkt zijn.

A.9    Samenstellen en opstellen gebruikershandleiding
Ten einde een veilig gebruik te kunnen realiseren is een goede gebruikershandleiding essentieel. De gebruikershandleiding moet niet alleen voldoen aan de in de Machinerichtlijn gestelde eisen qua volledigheid, duidelijkheid, niveau van de gebruiker en taal, maar zal tevens moeten voldoen aan de in relevante normen gestelde aanvullende eisen.

A.10    Opstellen verklaring
Indien voorgaande stappen met succes zijn doorlopen kan worden overgegaan tot het opstellen van een EG-verklaring van overeenstemming. Deze verklaring bevat een lijst van alle richtlijnen en normen die zijn aangehouden bij de bouw van de machine.

A.11    Aanbrengen CE-markering (typeplaat)
Het aanbrengen van de CE-markering kan worden gezien als het sluitstuk. Deze CE-markering dient ook aan een aantal eisen te voldoen welke onder andere zijn opgenomen in de Machinerichtlijn. Daarnaast dient op de machine een typeplaat te worden aangebracht. Onderzocht wordt welke gegevens op de typeplaat moeten worden overgenomen.

Wilt u meer weten over CE? Neem dan contact op met Pilz 0347 320 477 of info@pilz.nl.

Tip: op 10 juni a.s. geven wij de cursusdag CE in ons opleidingscentrum Vianen. Inschrijven kan via opleidingen.pilz.nl

vrijdag 1 oktober 2010

Voor afschermen van gevaarlijke en bewegende delen van machines wordt in de praktijk vaak de makkelijkste weg gekozen

De praktijk
Bij het afschermen van gevaarlijke en bewegende delen van machines wordt in de praktijk vaak de makkelijkste weg gekozen. Dit is op zich een logische keuze als je bedenkt dat veel afschermingen later worden geplaatst dan de machine en dus een echte ”add on” zijn.

De makkelijke oplossing is vaak een vaste afscherming rond de machine met daarin een of meerdere toegangsdeuren met een blokkeerinrichting. Het nadeel van deze oplossing is dat het over het algemeen alleen bescherming biedt tijdens het productieproces. Wanneer er onderhoud of afstelwerkzaamheden gedaan moeten worden blijkt de oplossing niet meer zo eenvoudig, omdat deze werkzaamheden sterk worden belemmerd, doordat de machine is geblokkeerd bij een geopende afscherming. Het gevolg is in veel gevallen dat de “magische sleutel” wordt toegepast bij onderhoud en de blokkering wordt overbrugd. Met als gevolg een gevaarlijke situatie met als extra risico dat de bewegingsruimte van de bedienaar wordt beperkt door de geplaatste afscherming.

Om nu te voorkomen dat veiligheidsfuncties overbrugd worden moet in het ontwerp worden nagedacht over de gevolgen van de aan te brengen afscherming. Dus wat moet er tijdens onderhoud of afstelwerkzaamheden kunnen bewegen en hoe is dit mogelijk zonder risico voor de persoon. In veel gevallen betekent dit dat het toepassen van een eenvoudige mechanische oplossing zoals afstandsafscherming een complexe besturingstechnische oplossing tot gevolg heeft. In de eerder genoemde situatie moet vaak een jog-mogelijkheid worden toegepast die complex is, doordat de standaard veiligheidsfunctie op de toegang moet worden overbrugd om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. In dat geval komt artikel 1.2.5 (Bijlage 1) van de Machinerichtlijn in beeld.



Als gevolg van de noodzaak tot het overbruggen van de veiligheidsfuncties moet een reeks aan besturingstechnische maatregelen worden doorgevoerd om het risico voor de bediener te beperken. Je kunt hierbij denken aan:

  • Tweehandenbedieningen;
  • Toerentalbewaking;
  • Hold-to-run bediening;
  • Krachtbewaking.

In veel gevallen is een combinatie van bovenstaande maatregelen noodzakelijk.

Wanneer er wordt gekozen voor de mechanisch complexere oplossing van het individueel afschermen van de verschillende risico’s, zal het in veel gevallen niet nodig zijn om verschillende bedrijfsmodi te introduceren voor het afstellen of onderhouden van de machine. Simpelweg omdat onderhouds- of afstelpunten bereikbaar zijn zonder dat daarvoor deuren met functieblokkering geopend hoeven te worden.

Conclusie
 De meest voor de hand liggende snelle oplossing is lang niet altijd de beste of eenvoudigste oplossing. In de praktijk blijkt maar al te vaak dat de keuze voor snel te plaatsen afstandsafscherming voor veel ergernis en additionele kosten zorgt. Het is namelijk niet meer mogelijk om de machine af te stellen, tenzij hiervoor extra maatregelen worden genomen in de vorm van het verplaatsen van instelmechanismen of besturingstechnische veiligheidsmaatregelen, zodat onder gecontroleerde omstandigheden de machine kan werken met geopende afschermingen. De op het eerste gezicht complexe en tijdrovende oplossing van het plaatsen van lokale afschermingen blijkt vaak de betere oplossing, niet in het minst doordat voor het bedienend personeel minder verandert aan de werkmethode waardoor er minder weerstand is.

Technologie geeft meerdere oplossingen
Naast de “domme” afschermingen brengt de moderne technologie oplossingen die flexibel en efficiënt zijn. Lichtschermen en laserscanners worden al enige jaren als intelligente afscherming toegepast. Met de ontwikkelingen van 3D videotechnieken zijn er weer nieuwe mogelijkheden. De 3D veiligheidscamera SafetyEYE van Pilz geeft een flexibele, efficiënte en betaalbare oplossing voor het oplossen van complexe situaties.

zondag 1 augustus 2010

Afschermen van gevaren

Bij het identificeren van gevaren gerelateerd aan machines komt vaak de vraag naar voren over het waarom, wat en hoe van het afschermen van de geconstateerde gevaren. Het punt van waarom afschermen van gevaren is voor de meesten wel duidelijk, namelijk het voorkomen van ongevallen. Het wat is in een soms wat abstracte formulering opgenomen in verschillende wettelijke eisen. Het hoe is voor een ontwerper of samensteller van installaties echter het belangrijkst. Het gaat hier namelijk om de praktische invulling. Kijken we eerst even naar het wat.

Wat af te schermen?
Bij machines is in het algemeen sprake van bewegende delen. Deze bewegende delen kunnen mechanische georiënteerde gevaren met zich meebrengen. De voor machines en samenstellen van machines relevante wetgeving Machinerichtlijn 06/42/EG als ook de Nederlandse Arbeidsomstandighedenwet (verwerkt in hoofdstuk 7 van het Arbobesluit) geven aan dat bewegende delen afgeschermd dienen te worden om gevaren te voorkomen:

Machinerichtlijn, Bijlage I, artikel 1.3.7 (essentiële eis)“

De bewegende delen van de machine moeten zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat wat betreft risico voor aanraking waardoor zich ongelukken zouden kunnen voordoen, wordt voorkomen, of, wanneer risico's blijven bestaan, voorzien zijn van afschermingen of beveiligingsinrichtingen.”

Arbobesluit, Artikel 7.7.
“Indien bewegende delen van een arbeidsmiddel gevaar opleveren, zijn zij van zodanige schermen of beveiligingsinrichtingen voorzien, dat het gevaar zoveel mogelijk wordt voorkomen.”

Conclusie is dus dat het van belang is om inzicht te hebben in de bewegende delen. Dat levert het antwoord op de wat - vraag. Echter, hoe komen we met een adequate oplossing?

Hoe af te schermen oftewel de keuze van afschermingen 
Naast implementatieaspecten is er inzicht nodig in welk type afscherming nu geschikt is bij welk gevaar? Dit hangt af van een aantal factoren. Een overzicht van deze factoren is uitgewerkt in o.a. norm, NEN EN ISO 12100-2. In artikel 5.2 van norm EN-ISO 12100-2 staat o.a. het volgende:


  • Het doel van een afscherming – vaste afscherming, blokkeerscherm al dan niet vergrendeling -  is het voorkomen van blootstelling aan gevaren;
  • De keuze dient altijd gebaseerd te zijn op een risicobeoordeling van de geconstateerde gevaren of gevaarlijke situaties (opmerking Pilz: de risicobeoordeling zal altijd leidend zijn in de oplossing);
  • Vaste afschermingen alleen toepassen als geen of zelden toegang vereist is van een bediener met andere woorden de keuze  is afhankelijk van de toegangsfrequentie en daarmee van de bedrijfscondities;
  • Er moet rekening worden gehouden met additionele omstandigheden, zoals emissies (lawaai, stof etc.) en omgevingomstandigheden (hitte, weer etc.);
  • Mogelijk gevaar van wegvliegende delen;
  • Stoptijd van de machine;
  • Startgedrag van machines;
  • Correcte invulling van functionaliteit van een type afscherming zoals het blokkeren van beweging bij een blokkeerscherm.

Een voorbeeld
Stel een machine heeft een positie waarbij regelmatig een bediener een handeling moet verrichten in de nabijheid van bewegende delen. Er is geen mogelijkheid om de handeling te automatiseren, dus er zal moeten worden gekeken naar een afscherming. Een vaste afscherming die niet kan worden verwijderd is bij een dergelijke situatie niet wenselijk. Een beweegbare afscherming levert een meer praktische werksituatie op. Bedenk wel dat een geopende beweegbare afscherming echter weer blootstelling aan bewegende delen met zich mee brengt als er geen blokkeervoorziening aanwezig is met andere woorden een beweegbare afscherming heeft alleen zin als deze ook de bewegende delen stopt bij openen. In dat geval is er sprake van een blokkeerscherm, een beweegbare afscherming die het bewegen van delen blokkeert. Verder is het belangrijk te weten of de machine een uitlooptijd heeft en een bediener na het openen van een beweegbare afscherming niet alsnog blootgesteld wordt aan bewegende delen. In dat geval dient ook nog een vergrendelingsfunctie aan het scherm te worden toegevoegd, die het openen vergrendelt totdat de bewegende delen zijn gestopt. Naast bovengenoemde eisen is het ook van belang op welke afstand de beweegbare afscherming wordt geplaatst. Deze afstanden zijn te herleiden uit tabellen in de ISO 13857.

Tot slot
De keuze van een afscherming is niet arbitrair, maar is afhankelijk van diverse factoren waarvan hierboven er een aantal zijn weergegeven. Het ontwerpen gaat verder dan alleen maar even hekken of kappen plaatsen. Hoe eerder er tijdens het ontwerp van een installatie naar de afscherming wordt gekeken, des te kleiner de kans wordt op aanpassingen achteraf.

De experts van Pilz
Vanuit de dagelijkse praktijk hebben de experts van Pilz veel ervaring opgedaan in het ontwerpen van afschermingen. Als u met een dergelijk probleem geconfronteerd wordt dan zijn wij bereid dit gezamenlijk op te lossen.