dinsdag 1 september 2009

De hydraulische pers als voorloper in machineveiligheid

Sinds jaar en dag staat de hydraulische pers bekend als één van de gevaarlijkste machines. De krachten zijn enorm en een beetje bekneld zitten, behoort niet tot de mogelijkheden. Het is dan ook niet raar dat veiligheid een centrale plek in de besturing in neemt. Met de manier waarop deze bij metaalbewerkingsbedrijf Van Halteren gerealiseerd is, kan menig machinebouwer zijn voordeel doen.

 “De dikstalen geleiderpennen waren tot twee keer toe helemaal krom”, illustreert Willem de Graaf, chef Gereedschap en Perstechniek, de krachten die er bij het persen vrijkomen, terwijl hij de machine toont. “Uiteindelijk bleek de opwaartse kracht van het onderste bed de boosdoener: deze was te klein. Zo zie je maar wat de gevolgen van een verkeerd ingestelde parameter kunnen zijn. Inmiddels is de besturing natuurlijk dusdanig aangepast dat dit niet meer kan gebeuren.”

De Graaf is al meer dan twintig jaar kind aan huis bij de firma van Halteren. Ooit begonnen als gereedschapmaker, is hij inmiddels de baas van de afdeling en bijbehorend machinepark. De afgelopen drie jaar heeft hij zich echter voornamelijk beziggehouden met de productie van loopwielen voor tanks, wat naast het produceren van diverse machine onderdelen, het bouwen van tanksimulatoren en de productie van diverse landsystemen als gevechtskoepels voor het Nederlandse leger, één van de specialiteiten van het bedrijf is.

Nieuw en revisie
“Loopwielen heb je in allerlei soorten en maten”, legt De Graaf uit. “Velen worden er uit plaatstaal, variërend van drie tot twaalf millimeter, geperst. Maar ook draaiwerk komt voor. Dit gebeurt met name wanneer de dikte van het staal niet overal gelijk is. In dat geval laten we smeedstukken binnenkomen. In totaal gaat het om duizenden aantallen per jaar, die in heel Europa geleverd worden. Naast nieuwbouw is het ook mogelijk oude loopwielen weer op te knappen. Dit doen we door ze weer in de juiste vorm en binnen de juiste toleranties te draaien, om op de loopwielen vervolgens middels vlamspuiten een nieuwe laag aan te brengen. Hoewel reparatie altijd de voordeligste optie is, kan dit maar drie keer worden uitgevoerd.”

De hydraulische pers
“In het geval dat een loopwiel geperst wordt, moet eerst het juiste stempel worden gemonteerd”, legt De Graaf de werking van de machine uit. “Deze bepaalt de vorm van het uiteindelijke loopwiel. Vervolgens is het belangrijk te weten welke plaatdikte er gebruikt moet worden en worden de tonnages, zowel de boven- als onderdruk, ingesteld. Deze laatste druk, ook wel kussendruk genoemd, is belangrijk voor de stabiliteit voor de pers en moet in de juiste verhouding tot voorgenoemde parameters staan. Wanneer de plaat vervolgens door een trekring wordt vastgehouden, dan komt de pers langzaam naar beneden en zakt deze over het stempel heen. Dit gebeurt in meerdere stappen, normaliter één tot vier trekken. Dit verschilt echter per type stempel en per plaat. Wanneer het in twee trekken gebeurt, noemen we het kralen. In totaal neemt elke trek 30 tot 35 seconden in beslag en met deze pers doen we dat met 1200 ton. Hiermee kunnen we zowel staal als aluminium tot twaalf millimeter dikte verwerken. Al met al is het proces dus niet zo ingewikkeld. De moeilijkheid zit hem vooral in het goed op elkaar afstemmen van de verschillende parameters.”

Veiligheid
Dennis Brouwer werkt inmiddels zo’n zes jaar bij Pilz. Begonnen in de technical support, heeft hij deze positie inmiddels ingeruild voor een rol als hardware engineer. “Het mag duidelijk zijn dat het grootste gevaar bij een pers hem zit in beknelling”, begint hij zijn uitleg over de nieuwe veilige besturing van de Van Halteren pers. “Daarom zijn er lichtschermen geplaatst, zodat het absoluut onmogelijk is dat de pers naar beneden komt zetten wanneer er iemand een plaat inlegt, er een loopwiel uithaalt, of per ongeluk te dicht in de buurt komt. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen twee veilige toestanden. De eerste is de operationele veilige toestand, waarbij bewerkingen gewoon veilig kunnen worden uitgevoerd. Komt de operator er met een plaat aan en gaat hij tussen de lichtschermen door, dan worden ventielen dusdanig geschakeld, dat de pomp van de pers gebypassed wordt en deze dus geen druk kan opbouwen. En zonder druk is er geen bewegende pers. Het systeem als zodanig blijft echter wel gewoon in een stand-by mode onder spanning staan. Heeft de operator vervolgens de plaat goed neergelegd, dan kan hij op de HMI de pers weer inschakelen en bouwt het systeem snel weer druk op. Een tweede veiligheidstoestand is het noodstopcircuit. Mochten er zich in het systeem dingen voordoen die gevaarlijk zijn, bijvoorbeeld een ventiel waarop de standmeting faalt, dan schakelt de pers volledig uit en is deze spanningsloos. Dit is natuurlijk een veel gebruikersvriendelijkere manier van werken. Je wil namelijk niet dat bij elke bewerking de gehele pomp aan- en uitschakelt, aangezien dit veel tijd en energie kost. Op de HMI van de pers kan de operator overigens, naast de ingestelde parameters en eventuele alarmmeldingen, via een stoplichtmodel precies zien in welke bedrijfsmodes de machine zich bevindt.”

Lessen
Volgens Brouwer zijn er veel meer machines of productielijnen die van een vergelijkbaar besturingsconcept kunnen profiteren. “Voor een veilige besturing van categorie 4 volgens EN 954 (dit wordt overigens EN ISO 13894), is het verplicht te allen tijde twee afschakelwegen te hebben. Deze redundante uitvoering moet zekerstellen dat in het geval van gevaar alle energie uit de machine wordt gehaald. Daarbij moeten beide afschakelwegen continu op goed functioneren gecontroleerd worden. Het is echter helemaal niet gezegd dat deze afschakelwegen ook dezelfde moeten zijn. In het geval dat de pers in zijn operationeel veilige mode het ventiel schakelt en daarmee de drukopbouw van de pomp verhindert, vindt er een controle plaats of deze schakeling daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. En pas wanneer dit niet het geval is, doet de redundante kring zijn werk en schakelt de hele machine uit. Bij persen is dit al geruime tijd gemeengoed. Maar bij vele machines is dit nog niet het geval.” Op de vraag een voorbeeld te geven, noemt Brouwers een lopende band met verschillende kleine motoren. “Hetgeen we hier hydraulisch met ventielen doen, kan natuurlijk ook elektrisch. In het geval van de lopende band kun je er voor kiezen alles dubbel uit te voeren. Of je gaat voor een ontwerp waarbij elke motor slechts één relais heeft en het geheel wordt gekoppeld aan een hoofdrelais, dat pas schakelt en de gehele lijn stil legt op het moment dat één van de andere relais faalt. Niet alleen kunnen delen van de lijn hierdoor gewoon blijven draaien, mocht er op een bepaalde plek in de productie iets fout gaan, maar je bespaart ook nog eens een hele hoop relais!”


woensdag 1 juli 2009

Het Communicatieprotocol SafetyNETp van Pilz





SafetyNET p is een communicatieprotocol dat specifiek door Pilz is ontwikkeld voor industriële toepassingen waarbij risicovolle gegevens overgedragen moeten worden. Door de toepassing van Ethernet als drager van dit protocol wordt tevens een verdere integratie van industriële IT en kantoorautomatisering mogelijk.

Waarom SafetyNET p?
In de automatiseringstechnologie van vandaag, wordt de wijdverspreide veldbus-communicatie meer en meer een beperkende factor. Nieuwe systemen zijn vereist voor het voldoen aan de vraag naar grotere capaciteiten.

De technische automatisering ontwikkelt zich momenteel van gecentraliseerde controlesystemen met eenvoudige binaire sensoren en actuatoren naar complexe decentrale systemen. Binnen besturingssystemen en procesregelsystemen wordt een steeds groter deel van de capaciteit gebruikt voor de verwerking van de gegevens van sensoren en actuatoren.

Deze tendens verandert de eisen die aan de communicatie gesteld worden. In tegenstelling tot de momenteel in gebruik zijnde master-slave communicatie moeten steeds meer gegevens direct tussen verschillende systemen uitgewisseld worden.

De meeste apparatuur op de tot nu toe gebruikte bussystemen waren passief (slave). Met de huidige eisen zal deze apparatuur ook een actieve rol (master) moeten gaan vervullen, met eigen intelligentie. De uit de kantooromgeving bekende moderne IT technologie biedt momenteel een breed scala aan systeemcomponenten tegen gunstige prijzen. Er is een reusachtig potentieel voor innovatie. Het doel is deze technologie voor industriële automatisering te gebruiken. Ethernet vertegenwoordigt de quasi-norm als communicatiemiddel waardoor het hier een prominente rol krijgt.

De ontwikkeling van moderne veldbussystemen zou gericht moeten zijn op het toepassen van de voordelen die Ethernet biedt. De installatie van Ethernetsystemen moet eenvoudiger gemaakt worden. Vergeleken met de nu gebruikte veldbussystemen is Ethernet, in zijn huidige vorm, te complex. De eisen die gesteld worden aan de individuele componenten binnen een productie-installatie blijven ook groeien. Dit beïnvloedt onder andere scantijden, precisie/frequentie van metingen, gegevensopslag en verwerkingcapaciteit.

De prestatie van zowel procescomputers als communicatiesystemen zullen aan de groeiende behoefte van technische automatiseringssystemen moeten voldoen.

Het moderne op Ethernet gebaseerde veldbussysteem SafetyNET p van Pilz voldoet aan bovengenoemde eisen. Daarnaast is SafetyNET p eenvoudig te installeren en even betrouwbaar als de reeds in gebruik zijnde veldbussystemen.

Technische gegevens van SafetyNET p's
SafetyNET p is een multi-master bussysteem. Alle apparaten op het netwerk hebben gelijke rechten. De scantijd van de bus bij SafetyNET p kan worden aangepast aan de eisen van de applicatie. De minimale scantijd van de bus is 62.5 μs. Hierdoor is het zelfs mogelijk om SafetyNET p te gebruiken in de regelkring van een frequentieregelelaars bij de informatieuitwisseling tussen de encoder en de snelheidsregellaar.

Een veelheid aan hoog dynamische toepassingen is derhalve mogelijk. Taken en “events” kunnen met grote nauwkeurigheid over het gehele netwerk worden verwerkt en opgeslagen. Dit is een eis die gesteld wordt aan “real time” applicaties.

In een real time applicatie kan een “jitter” van rond 100 ns bereikt worden. Het protocolbevat een kanaal voor de overdracht van veiligheidskritische gegevens dat gecertificeerd is overeenkomstig SIL 3 volgens IEC 61508. Zowel veiligheidkritische gegevens als standaardgegevens worden via dezelfde buskabel overgedragen. De niet-veiligheidskritische deelnemers op het netwerk hebben directe toegang tot de veiligheidskritische gegevens en kunnen deze gegevens voor standaard taken gebruiken.

SafetyNET p is uiterst flexibele, niet alleen wanneer het over het selecteren van een geschikte scantijd voor de bus gaat, maar ook wanneer men moet beslissen over de aangewezen topologie: lineair, ster, boom en de ringstopologieën worden allen ondersteund.

Het RTFL- communicatie type is geschikt voor “intra-cell” communicatie omdat deze de snelste scantijden voor de bus toestaat. De RTFN-communicatie type wordt gebruikt voor hogere niveaus omdat deze de beste coëxistentie met de bestaande systemen biedt.

De interface met de applicatie wordt gemaakt via de bekende technologie van CANopen. Bestaande apparatuur met een CANopen interface kan op eenvoudige wijze omgebouwd worden naar SafetyNET p door de transportlaag te wijzigen.

Intelligente technieken toegepast om het processorvermogen, voor de communicatie binnen de SafetyNET p apparatuur, tot een minimum te beperken. Dit vermindert bijvoorbeeld de kosten voor eenvoudige veldapparaten zoals I/O modules. Systemen die geen real time functie hebben (Scantijd > 1 ms) kunnen opgebouwd worden met standaard Ethernet apparatuur.

SafetyNET p gebruikt de technologie van Ethernet
De interface hangt af van het vereiste prestatieniveau: Als de snelste mogelijke communicatie vereist wordt moet RTFL communicatie gebruikt worden. Deze is gebaseerd op OSI Laag 2 van Ethernet (MAC frames).
Voor communicatie binnen gemengde op Ethernet gebaseerde netwerken, van cel naar cel of in standaard netwerken, wordt TCP/IP of UDP/IP communicatie gebruikt.

De conventionele COTS (standaard) infrastuctuur van Ethernet als dit acceptabele prestaties geeft. Daarbij kunnen ook de standaard connectoren, kabels, routers en swtches it omvat zijn omvat schakelaars, kabels, routers, gateways of communicatiekanalen.

Ethernet als veldbus
Ethernet werd oorspronkelijk ontwikkeld om grote hoeveelheden gegevens uit te wisselen tussen grote computersystemen, zonder dat er enige specifieke eisen ten aanzien van het real time gedrag werden gesteld.

De technologie van Ethernet moet worden geoptimaliseerd om aan de eisen, ten aanzien van de deterministische communicatie, eenvoudig ontwerp en goede algemene prestaties, voor een veldbus te voldoen.

Een Ethernet dataframe is ontworpen voor het overdragen van grote pakketten data. De minimale grote van zo’n frame is 48 bytes. Als kleinere datapakketten worden verzonden worden de ongebruikte bytes toch verzonden. Dit fenomeen heet padding.

Gebaseerd op een Ethernetframe met een header van 26 Bytes, zou de het framegrootte van 48 bytes inefficiënt lijken voor een I/O apparaat met 16 bits. Twee 2 Bytes met bruikbare gegevens staan dan tegenover een overhead van 72 Bytes. Zelfs bij een busbelasting van 100%, zal het aandeel bruikbare gegevens per verbinding nooit hoger worden dan 3%.

De Ethernetframes in de zender en de ontvanger worden verwerkt in een protocolstack. De protocolstack wordt meestal verwerkt in de processor van het apparaat en daardoor een last de beschikbare verwerkingscapaciteit.

De verwerkingstijd van de processor is nog langer dan de tijd die het kost om de gegevens via de Ethernet kabel over te brengen. Het mag duidelijk zijn dat de processorcapaciteit voor de verwerking van ethernetcommunicatie vele malen groter is dan die van veldbussystemen.

Als de TCP/IP gegevensframes worden gebruikt om de gegevens over te dragen, zullen alle apparaten IP adressen moeten hebben. Ook hier geld dat het werk dat komt kijken bij het selecteren en toewijzen van de adressen significant groter is dan bij veldbussen.

De standaard Ethernet netwerken kenmerken zich gewoonlijk door een boom of sterstructuur. Één of meerdere gecentraliseerde switches worden direct aangesloten op de individuele eind-apparaten. Dit betekent dat elk eind-apparaat een poort op de switch nodig heeft.

Als meerdere switches toegepast worden, vormen deze gewoonlijk een stervorming netwerk. Dit type netwerk is te complex en kostenintensief voor toepassing bij veldbussystemen.

Om er voor te zorgen dat de Ethernetgebruikers met elkaar kunnen communiceren functioneren de switches in het sterpunt van een Ehternetnetwerk als een hub. Zij ontvangen Ethernetframes bij één poort en zodra het frame geheel ontvangen is geven zij het aan de relevante bestemming(poort) door. Als de bestemming(poort) de gegevens niet kan ontvangen, zal deze switch tijdelijk voor het frame als buffer optreden.

Dit proces, plus de interne verwerkingstijd binnen de switch, veroorzaakt over het algemeen kleine maar onberekenbare vertragingen, die kunnen worden beschouwd als jitter.

Bovengenoemde aspecten moesten worden opgelost om Ethernet geschikt te maken om als veldbus te gebruiken.



Meer informatie over SafetyNET p en de vereniging die de ontwikkeling hiervan mogelijk heeft gemaakt is te vinden op www.safetynetp.com.

Nieuwe Machinerichtlijn en objectgeoriënteerd programmeren Sneller ontwerp industriële installaties

Volgens de (deels nieuwe) normen bij de nieuwe Europese Machinerichtlijn die eind dit jaar van kracht wordt, mogen de veiligheidscircuits in industriële installaties programeerbare elektronica digitaal worden uitgevoerd. Hierdoor kunnen de veiligheidssensoren en de aansturing van de –actuatoren worden geïntegreerd in de functionele besturingscircuits van de machine of industriële installatie. Maar om dat in de programmering ook voor elkaar te krijgen valt bij de huidige PLC-techniek nog lang niet altijd mee. Pilz heeft daarom een nieuw tijdperk geopend binnen de wereld van industriële automatisering.

Hiermee heeft Pilz haar activiteiten definitief verbreed van veiligheidsbesturingen naar industriële besturingstechniek in de ruimste zin van het woord. Dergelijke ontwikkelingen kunnen ook bijna niet uitblijven, want met de komst van de nieuwe Europese Machinerichtlijn die eind dit jaar definitief van kracht wordt, wordt de veiligheidsbesturing een nog integraler deel van de gehele industriële installatie.

Pilz introduceert de ‘besturingsfilosofie PSS4000’. Hiermee wordt het objectgeoriënteerd programmeren ingevoerd in de PLC-omgeving, waardoor veiligheids- en de reguliere besturingsfuncties beter te integreren zijn. Ook kan een ontwerp naar believen worden opgeschaald zonder verlies van eerdere inspanningen.

Weinig flexibele PLC’s
Tot op heden is het breed geaccepteerd dat industriële software hardware-afhankelijk is. Wie PLC-type A programmeert weet dat de software niet toepasbaar is op PLC-type B. Het is mede hierdoor dat in de dagelijkse praktijk opnieuw stukken software gecodeerd moeten worden voor een iets afwijkende toepassing. Schaalbaar en modulair werken is hierdoor kostbaar en moeilijk. Software wordt binnen de industriële engineering veelal nog functioneel ontworpen, de afhandeling van het programma is sequentieel. Er is dan ook sprake van ‘een programma’.

Tevens is het nog altijd gebruikelijk dat er extra investeringen nodig zijn in toegevoegde hard- en software om verschillende systemen met elkaar te laten samenwerken binnen één industriële installatie. Ieder component heeft zijn eigen programmeeromgeving en -problematiek.

Kortom, bij de huidige stand van de PLC-techniek zijn de besturingsystemen nog lang niet zoals de industriële installateur en eindgebruiker ze graag zouden hebben.

Nu is er voor de programmering een hoofdprogramma met subroutines en vervolgens functieblokken die alle sequentieel moeten worden doorlopen. Het sequentiële programma bevat tevens de programmacodes voor de bediening, de communicatie, de besturing van de actuatoren, codes voor de instellingen daarvan etc. Deze zijn echter niet overzichtelijk geclusterd, maar verspreid door het gehele programma heen en daardoor moeilijk te vinden. Kopiëren of wegnemen van een aspect wordt daardoor moeilijk.

Een praktijkvoorbeeld…
Pomp nummer 3 hoeft niet te worden meegenomen in het ontwerp. Toch zit de input voor de druksensoren, de flowmeting, de bediening, de stroomschakeling, de veiligheid, de visualisering en verder alles wat te maken heeft met pomp 3 in het bestaande programma. De engineer moet door het hele programma heen om alles van pomp 3 te verwijderen en zal daarna het geheel moeten testen op fouten die hierdoor kunnen zijn ontstaan.

De huidige generatie PLC’s heeft in deze slechts een geringe mate van flexibiliteit. Als er een andere machine geïnstalleerd moet worden met iets meer eisen en functionaliteit, dan moet je een grotere besturing kiezen, maar bij voorkeur wel met eenzelfde bediening. De vraag is: hoe doe je dat nu? Het programma voor PLC-type A past niet in PLC-type B. De codes voor de bediening zitten bijvoorbeeld door het hele programma heen. Net als de aansturing van de actuatoren (as 1, as 2, as 3 etc).

Copy/paste is dus niet alleen onmogelijk door het verschil in hardware, maar ook nog eens heel moeilijk door de wijze van coderen. Hergebruik en schaling zijn hierdoor nauwelijks te doen. Dat is de huidige stand van zaken.

Objectgeoriënteerd ontwerpen
PSS4000 is een objectgeoriënteerd programmeersysteem. Je kan de objecten in de industriële automatisering vergelijken met de diverse objecten die nu op een gewone PC draaien, zoals de virusbeveiliging, netwerk- en draadloze communicatie, toetsenbord, muis, printer, USB-verbinding, bluetooth en tal van andere toepassingen. Er is dus geen hoofdprogramma meer, er draaien slechts taken. Dat zijn de objecten of kleine programma’s, ieder met hun eigen randvoorwaarden.

Per object (taak) kan bij objectprogrammeren een prioriteit worden ingesteld. Dit houdt in dat snelle processen meer processorcapaciteit toegekend kunnen krijgen dan belangrijke processen.

Hoe werken objecten samen?

  • Objecten hebben ieder een eigen virtuele cyclustijd.
  • Dit houdt in dat een object bijvoorbeeld iedere 5 ms wordt gestart, terwijl een ander object iedere 100 ms wordt gestart. Door processen die een korte reactietijd vergen een korte virtuele cyclustijd te geven, wordt bereikt dat deze met een hoge prioriteit worden afgehandeld.
  • Om te garanderen dat snelle processen voorrang krijgen is het mogelijk om 8 objecten een hogere prioriteit te geven.
  • Duidelijk zal zijn dat als de processor sneller is er meer taken parallel afgewerkt kunnen worden.
  • Net als bij de PC werkt de zelfde software ook op een langzamere PC, maar er blijft sprake van dezelfde programma’s (taken).

Neem een toetsenbord van een PC. Hierop zitten x toetsen (dit zou ook een gestandaardiseerde bediening kunnen zijn voor een machine). Hiervoor is ooit software bedacht. Dit is een object. Je kunt via instellingen (ander object) daar naartoe gaan. En daar ook een taal kiezen (is weer een object). Daar draait een programma waarin je kunt aangeven in een fraai pulldown menu (eveneens een object) welke taal je kiest. En je toetsenbord is ingesteld.

Ontwikkelen we nu een andere PC (of machine) dan kopiëren we gewoon het object toetsenbord met alle deelobjecten naar het nieuwe project en het draait. In elk programma kun je gebruik maken van het standaardtoetsenbord zoals ook Word, PowerPoint, Excel etc. hiervan gebruik maken.

Analoog hieraan kan bij PLC’s gebruik worden gemaakt van een gestandaardiseerde bediening. Daarmee worden kennis en ervaring beter gekapitaliseerd. Dit hergebruik is een grote slag in efficiency. De grootste investering in automatisering vergt de tijd die nodig is om te ontwerpen en te programmeren.

Wij verwachten van de constructeur dat hij gebruik maakt van hetzelfde frame en daar het bestaande tekeningenpakket op aanpast. Dit verwachten we ook van de elektrotechnische afdeling. Maar we accepteren nog steeds dat de software voor elke (deel)machine min of meer opnieuw moet worden gemaakt als deze iets groter of iets kleiner is, dan wel als de klant iets anders wenst dan de standaard.”

Een fabrikant bouwt bijvoorbeeld machines met een enkele sluitslag, of dubbele, en zo tot en met 6 extra bewegingen. De instellingen gaan via een HMI. De machine heeft een veiligheidssysteem. De afstellingen vinden plaats via een inleer-bedieningspaneel. En er zijn diverse bedieningspunten rond de machine afhankelijk van welk type machine wordt gekozen. Een kleine machine zou kunnen werken met een klein besturingssysteem. Dit zou geen probleem zijn voor het aantal I/O’s en de vereiste complexiteit. Echter, bij 4 bewegingen/assen neemt het aantal I/O’s toe en moet de ontwerper overschakelen op een ander systeem. Helaas komen er meer eenvoudige machines voor, maar met de compatibiliteitsproblemen in PLC land wordt om toch enige standaardisatie in een installatie of op een machine te bereiken, gekozen voor een flink opgeblazen PLC. Dit is goed voor de omzet voor de PLC fabrikant, maar gaat ten koste van de efficiëntie en de kostprijs. Bijkomend probleem is dat men voor elke aanpassing aan de machine het gehele programma door moet, om op detailniveau te zien of er geen complicaties zijn in de afloop van het programma.

Veiligheid
De veiligheidscircuits worden nu vaak nog apart gehouden van de functionele PLC’s. Met het nieuwe PSS 4000-systeem kan objectgeoriënteerd worden gewerkt aan integrale besturingstechniek, waarbij door fine-tuning en hergebruik kan worden gekapitaliseerd per object, zonder rekening te houden met hardware. Later, als duidelijk is dat er processorcapaciteit extra nodig is kan deze altijd nog op eenvoudige wijze worden bijgeplaatst. Het programma wordt dan middels een object met de I/O verbonden. Hierbij maakt het niet uit in welke kast deze I/O zit.

Gratis seminars: objectgeorienteerd programmeren/parametriseren
Pilz geeft vanaf nu elke maand gratis seminars over objectgeorienteerd programmeren. Wilt u weten wat deze filosofie inhoudt en welke voordelen er voor u zijn? Dan moet u beslist dit seminar volgen!

Data

Vrijdag 17 juli 13.30 - 16.30 uur (helaas al vol!)
Vrijdag 4 september 13.30 - 16.30 uur
Vrijdag 23 oktober 13.30 - 16.30 uur
Vrijdag 20 november 13.30 - 16.30 uur

Locatie – opleidingscentrum Vianen. Voor meer informatie of inschrijvingen info@pilz.nl.

Het nieuwe Machinehandboek

Hieronder vindt het tweede deel van het nieuwe Machinehandboek van Pilz. Vanaf nu kunt u in iedere nieuwsbrief services een hoofdstuk lezen.  Een Duitse versie, omdat de Engelstalige op dit moment nog wordt vertaald.  Een totale download (PDF) zal beschikbaar worden gesteld in Engels en Duits, als alle 7 hoofdstukken gepubliceerd zijn. (eind 2009).

Pilz  heeft door wereldwijde contacten met normalisatie instanties uitgebreide kennis opgebouwd om dit Machinehandboek te schrijven. Daarnaast hebben wij diverse professoren en leraren van Duitse Universiteiten gevraagd een bijdrage aan dit handboek te leveren.

Het doel van dit hoofdstuk is u op een structurele wijze een overzicht te geven van de nieuwe normen onder de nieuwe Machinerichtlijn, die aan het einde van het jaar van kracht wordt. Het is slechts een kapstok voor de juiste aanpak. De verdieping hiervan vindt u in ons cursusaanbod of in onze nieuwe workshop SIL en PL. We zijn bewust niet op de details ingegaan omdat de techniek snel verandert zodat wij u tijdens onze cursussen de meest actuele informatie kunnen presenteren.

Wilt u gedetailleerde informatie dan raden wij u aan om een cursus of workshop te volgen. In de opleidingen Expert Machineveiligheid (4 dagen), Ontwerp veiligheidscircuits volgens EN-ISO 13849-1 (PL) en Ontwerp veiligheidscircuits volgens EN-IEC 62061 (SIL) wordt de nieuwe Machinerichtlijn en de bijbehorende belangrijkste normen uitgebreid besproken. Voor informatie of inschrijving kunt u kijken op  http://opleidingen.pilz.nl.

Hoofdstuk 4 Duitstalig PDF Handboek 


Workshop volgens ISO 13849-1 (PL) en IEC 62061 (SIL)





Doel
De nieuwe Machinerichtlijn brengt met zich mee dat er gewerkt moet gaan worden met de nieuwe normen NEN-EN-ISO 13849-1 en NEN-EN-IEC 62061. Deze geven eisen voor het ontwerpen en de integratie van veiligheidssystemen als onderdeel van de machinebesturing. De normen beschrijven een methodiek waarmee de ontwerper, door middel van de structuur en betrouwbaarheid van componenten, een betrouwbaar veiligheidssysteem kan realiseren.

Door de ontwikkelingen op veiligheidsgebied rondom de software en electronica zal de EN 954-1 vervangen worden. Hierdoor is de benadering op basis van het systeemgedrag onvoldoende. De nieuwe normen stellen naast het systeemgedrag van een veiligheidsfunctie, ook eisen aan de betrouwbaarheid van de componenten. Daarnaast worden eisen gesteld aan het ontwerpen en structureren van veiligheidssoftware.

De cursist leert tijdens de basisdag de theorie die ten grondslag ligt aan het ontwerpen en valideren (doorrekenen) van veiligheidssystemen in de machinebouw. De verschillen tussen beide methodieken worden uitgelegd waardoor de cursist een gefundeerde keuze kan maken. Op de vervolgdag wordt aan de hand van een casus de theorie verduidelijkt, zodat de deelnemers de opgedane kennis ook in de praktijk kunnen toepassen.

Inhoud basisdag (theorie)

  • Inleiding in elektrische veiligheid en besturingstechnische veiligheidscircuits
  • Normen EN 954-1, ISO 13849-1 (PL) en  IEC 62061 (SIL)
  • Opbouw en ontwerp van veiligheidscircuits
  • Betrouwbaarheidsanalyses van veiligheidscircuits /systemen
  • Functionele veiligheid
  • PL (Performance Level) 
  • SIL (Safety Integrity Level)
  • Verschillen en overeenkomsten tussen SIL en PL

Inhoud  vervolgdag (praktijk)
Na de theoriedag kunt u een verdiepende workshop volgen. Keuze uit ontwerpen volgens PL (Performance
Level) of SIL (Safety Integrity Level) workshop.

Hier wordt een praktische oefening aan de hand van een casus uitgewerkt. De oefening bestaat uit het
uitvoeren van een risicobeoordeling en het bepalen van het benodigde Safety Integrity Level of Performance
Level. Vervolgens wordt een veiligheidscircuit ontworpen en doorgerekend met behulp van het softwaretool
PAScal. Door de praktische invulling van deze dag leert u hoe u de opgedane theoretische kennis
vanuit de basisdag kunt toepassen in het ontwerpen van een circuit en de validering met PAScal. In de
cursus is één licentie voor PAScal inbegrepen.

Doelgroep

  • Ontwerpers en hardware engineers
  • Service technici 
  • Technisch adviseurs en -inspecteurs
Vereiste basiskennis
Wij bevelen elke deelnemer aan om aan te vangen met de basisdag theorie (SIL/PL), omdat hier de kennis wordt overgedragen die steeds van toepassing is en terugkomt in de praktijkdagen. 

Data

Week  50 Theoriedag dinsdag 8 december
Praktijkdag PL woensdag 9 december
Praktijkdag SIL donderdag 10 december

Tijdsduur
Alle dagen zijn van 09.00 - 16.00 uur.

Tarief

Dag 1 persoon 2 personen > 3 personen
Basisdag (theorie) (1) € 375,-  € 375,- Op aanvraag
Praktijk PL (2) € 475,- € 425,- € 375,-
Praktijk SIL (3) € 475,- € 425,- € 375,-
Basisdag + Praktijk PL (1+2) € 800.- € 750,-   € 700,-
Basisdag + praktijk SIL (1+3) € 800,- € 750,-  € 700,-
       
De tarieven zijn gebaseerd op locatie in ons opleidingscentrum Vianen. Bij de combinatiedagen is één
licentie PAScal t.w.v. € 300,- inbegrepen. De theoriedag in combinatie met één praktijk workshop kan ook
op uw locatie worden verzorgd. Het tarief is € 1.575,-. Hier is ook één licentie PAScal inbegrepen.

Aanbeveling
Het is aan te bevelen om tijdens de praktijkdag een eigen laptop mee te nemen.