woensdag 1 juli 2009

Risicobeoordeling en functioneel veiligheidsontwerp - Koek in Kuip-lijn – Bolletje

Bij Bolletje bestaat de Koek in Kuip-lijn uit meerdere losse machines, waarmee Bolletje één productielijn heeft gemaakt en daarom gezien wordt als de fabrikant van deze productlijn. Op de gehele lijn wordt het product Koek in Kuip gedraaid. Dit is altijd hetzelfde product. Van de gebruikte machines is de snijmachine (zijn) uitwisselbaar en kan kunnen eventueel ingezet worden op een (diverse) andere lijn(en).

Bolletje wilde voor hun medewerkers - met het oog op de arbeidsomstandigheden - weten welke gevaren er aanwezig zijn bij deze productielijn ofwel wat is veilig en niet-veilig? De Koek in Kuip-lijn (eerste ontbijtkoek in hersluitbare verpakking) maakt onderdeel uit van de productiecapaciteit in Almelo.

De werking van de Koek in Kuip-lijn
Het proces start met het “ontnesten” van de kuipen in de ontnester. Hierdoor worden de kuipen op de transportband geplaatst die het transport verzorgt gedurende het gehele proces. Op de inpakpositie wordt door een persoon de koek, die gesneden is met de hand in de kuip geplaatst. Deze persoon regelt de snelheid van het transportsysteem en via het systeem wordt het product naar de volgende fase in het proces verplaatst.



De overzetter verdraait de kuip 90 graden, zodat deze uitgelijnd wordt voor de buffer (buffervoorraad is 6 kuipen) van de foliedekmachine. Deze machine sealed de kuip af middels een folielaag. Dit gebeurt met (middels) een sealbalk welke in één keer zes kuipen sealed. Vervolgens worden de kuipen in de bedekselaar voorzien van een deksel. In een keer worden de 6 kuipen bedekseld.

Controle
De laatste stappen van het proces bestaan uit het controleren op metaal in de metaaldetector, en het controleren op gewicht in de checkweigher. Mocht er bij één van deze stations geconstateerd worden dat er metaal in het product zit of dat het gewicht niet klopt dan wordt dit product door middel van de uitstoters verwijderd.

Verpakken
Als het product wel voldoet, dan wordt het geëtiketteerd door de etiketteermachine. Op de inpaktafel kan het product worden verpakt in dozen en worden afgesloten middels de dozensluiter of het product kan direct gereed gemaakt worden voor verdere transport.

Start van de installatie
De bediener bij de foliesealmachine doet een aanvraag bij de bediener van de inpakpositie om het transport te starten, bij deze persoon gaat een witte lamp branden. Deze persoon bevestigt het starten van het transport, waarna productie kan worden gedraaid. Wanneer de bediener bij de inpakpositie niet reageert zal het proces niet worden gestart, hiervoor is een tijd ingebouwd van dertig seconden.

Pilz heeft deze productielijn beoordeeld op mogelijke risico’s en kwam tot de volgende knelpunten:

  • Veel mechanische afschermingen die niet-voldoen aan de norm ISO -13857, wat betreft openingen en veiligheidsafstanden;
  • Geen koppeling in de noodstopcircuits van de diverse gekoppelde machines;
  • Onjuiste integratie van beveiligingen bij diverse beweegbare afschermingen.

Het veiligheidsontwerp (functioneel veiligheidsontwerp) houdt in dat alle losse risico’s die bij de diverse machines geconstateerd zijn, zodanig worden gereduceerd met maatregelen die voldoen aan de wetgeving en een werkbare praktische situatie vormen. Deze beveiligingen worden in tabellen omschreven waarbij de maatvoering, zoals openingsgrootte en veiligheidsafstanden worden aangegeven. Daarnaast wordt bij beweegbare afschermingen de juiste mate van betrouwbaarheid van de besturing aangegeven.

In het ontwerp werd een noodstop-filosofie meegenomen, ofwel indeling van zonering van de noodstoppen. Dit houdt in dat er wordt aangegeven waar de noodstoppen moeten komen en in welke zones er afgeschakeld kan worden.

Wat heeft Bolletje met de bevindingen gedaan?
De opdracht om deze productielijn operationeel te maken betrof het gebruik maken van de bestaande snijmachine en het verpakken te laten geschieden op een plek waar meerdere verpakkingsactiviteiten plaatsvinden. Om de investering rendabel te houden is dan ook uitgegaan van o.a. gebruikte transportbanden.

Omdat het veiligheidsaspect hoog in het vaandel staat is Pilz gevraagd hierop een risico-inventarisatie uit te voeren.

De risico-inventarisatie heeft voor Bolletje 3 zaken opgeleverd, namelijk:

  • Deze productielijn voldoet aan de veiligheid conform de wetgeving (na aanpassing).
  • De oudere toegepaste machines hebben daarmee ook een veiligheidsoordeel doorstaan in de productielijn.
  • Vreemde ogen (ervaren op veiligheidsgebied) zien altijd wat anders.

Op basis hiervan en de aangegeven opmerkingen door Pilz zijn door Bolletje wijzigingen doorgevoerd in het veiligheidscircuit en een enkele mechanische aanpassing verricht. Sinds de invoering van deze productielijn hebben er zich dan ook gelukkig geen ongelukken voorgedaan.


vrijdag 1 mei 2009

Het nieuwe MachHet nieuwe Machinehandboek


Hieronder vindt het eerste deel van het nieuwe Machinehandboek van Pilz. Vanaf nu kunt u in iedere nieuwsbrief services een hoofdstuk lezen. Een Duitse versie omdat de Engelstalige op dit moment nog wordt vertaald. Een totale download (PDF) zal beschikbaar worden gesteld in Engels en Duits, als alle 7 hoofdstukken gepubliceerd zijn. (eind 2009).
Pilz heeft door wereldwijde contacten met normalisatie instanties uitgebreide kennis opgebouwd om dit Machinehandboek te schrijven. Daarnaast hebben wij diverse professoren en leraren van Duitse Universiteiten gevraagd een bijdrage aan dit handboek te leveren.
Het doel van dit hoofdstuk is u op een structurele wijze een overzicht te geven van de nieuwe normen onder de nieuwe Machinerichtlijn, die aan het einde van het jaar van kracht wordt. Het is slechts een kapstok voor de juiste aanpak. De verdieping hiervan vindt u in ons cursusaanbod. We zijn bewust niet op de details ingegaan omdat de techniek snel verandert, zodat wij u tijdens onze cursussen de meest actuele informatie kunnen presenteren.
Wilt u gedetailleerde informatie dan raden wij u aan om een cursus te volgen. In de opleidingen Expert Machineveiligheid (4 dagen), Ontwerp veiligheidscircuits volgens EN-ISO 13849-1 (PL) en Ontwerp veiligheidscircuits volgens EN-IEC 62061 (SIL) wordt de nieuwe Machinerichtlijn en de bijbehorende belangrijkste normen uitgebreid besproken. Voor informatie of inschrijving kunt u kijken op opleidingen.pilz.nl


Pilz introduceert de nieuwste ontwikkeling op gebied van industriële automatisering: Object georiënteerd programmeren in een PLC omgeving


Pilz presenteert een besturingsfilosofie die een nieuw tijdperk inluidt binnen de wereld van industriële automatisering. Het unieke van het systeem zit hem in de combinatie van objectgeoriënteerd programmeren in een PLC-omgeving met de integratie van veiligheids- en functionele besturingstaken. Hierbij kan de engineer flexibel en efficiënt met parametreerbare softwarebouwstenen een applicatie op maat kan maken.

Nieuw! Objectgeoriënteerd programmeren / parametriseren
Bij het objectgeoriënteerde PSS4000 is er geen sprake meer van een hoofdprogramma dat sequentieel aangeeft wanneer welke subroutine moet worden gestart. Er draaien tegelijkertijd verschillende taken (objecten of kleine programma’s) ieder met eigen randvoorwaarden, ieder met een eigen, via de virtuele cyclustijd instelbare prioriteit. Al deze programma’s zijn op zich complexe stukken software, waar je als gebruiker eigenschappen aan geeft en verder draait het zoals het moet draaien.

Om een en ander te verduidelijken kan je de vergelijking maken met een normale PC. Zodra je die opstart, beginnen er (op de achtergrond) allerlei programma's te draaien die onafhankelijk van elkaar taken uitvoeren, bijvoorbeeld een virusscanner, een programma voor communicatie met het toetsenbord, backup-faciliteiten. Al deze programma's zijn op zich complexe stukken software, waar je als gebruiker geen zorgen over hoeft te maken. Je kan er bepaalde eigenschappen aan geven, bijvoorbeeld eenmaal per twaalf uur een backup draaien, en verder draait het zoals het moet draaien.

Net als bij het PC-voorbeeld kan je de objecten volgens de PSS4000 software ook naar je eigen hand zetten. Zo kan je per object een prioriteit instellen. Dit houdt in dat je snelle processen meer processorcapaciteit kan geven dan minder belangrijke processen. Cyclustijden om door het hele programma te lopen behoren hiermee tot het verleden. Objecten kunnen zo ieder een eigen virtuele cyclustijd hebben. Deze tijd is instelbaar tussen 1 en 100 ms. Dit houdt in dat een object bijvoorbeeld iedere 5 ms wordt aangesproken, terwijl dat bij een ander object slechts om de100 ms gebeurt. Door processen die een korte reactietijd vergen een korte cyclustijd te geven worden ze met een hogere prioriteit afgehandeld dan processen met een hoge cyclustijd.

De objecten zijn opgenomen in uitbreidbare bibliotheek. Voordeel hiervan is dat middels deze beproefde softwarebouwstenen de gangbare functies niet zelf gecreëerd hoeven te worden. Het volstaat om door knippen en plakken de functies te parametreren, waarbij er geen enkele beperking is in het aantal malen dat een bepaalde functie wordt (her)gebruikt. De complexiteit van een object blijft voor de gebruiker onzichtbaar; hij ziet als parameter de gewenste functie.

Programmeren en het maken van de fysieke constructie zijn nu ontkoppeld en kunnen parallel naast elkaar plaatsvinden. Dit is een groot contrast met de gangbare praktijk waarbij pas begonnen wordt met de software ontwikkeling als vaststaat hoe de machine er (hardwarematig) uit komt te zien. Met PSS4000 volstaat het om een globaal beeld van de machine te hebben en kan in een veel later stadium de totale structuur worden opgebouwd. De detaillering van de functies van de componenten kan daarna nog in de eigenschappen worden vastgelegd.

Hardware onafhankelijk
Het PSS4000 systeem beslaat standaard besturingstechniek, veiligheid, motion control, diagnose en visualisering in alle mogelijke automatiseringstoepassingen. Hierbij vindt programmering onafhankelijk van de hardware plaats. Waar je in het engineeringproces veelal als uitgangspunt een hardware component neemt en vervolgens start met lokale programmering, is het met het nieuwe systeem meer een kwestie van eerst alles programmeren en daarna pas de keuze maken voor de hardware. Voordelen van deze benadering zijn een grotere flexibiliteit, de mogelijkheid tot parallelle engineering en (heel belangrijk) een gelijksoortige benadering van alle besturingselementen. En als er achteraf iets moet worden veranderd, is dat een puur softwarematige kwestie, onafhankelijk van de hardware. Deze visie sluit ook aan op de huidige trend van system-engineering.

Multi master
Elke speler in het PSS4000 netwerk is een eigen master die via het Safetynet toegang heeft tot alle I/O in het gehele netwerk. Op deze wijze is er geen sprake meer van een bottleneck die nu gevormd wordt door één master en diverse clients. Voordat client A gebruik kan maken van data van client B zal dit moeten verlopen via communicatie via de master hetgeen nadelig is in snelheid en de nodige engineeringstijd kost om dit te realiseren met onnodige complexiteit als gevolg als er meerdere verbanden zijn. De oplossing wordt hier gevonden in het SafetyNET p ethernet gebaseerde protocol die er voor zorgt dat iedere speler alle data direct tot zijn beschikking heeft.

Flexibel en schaalbaar
Alle interne en externe processignalen moeten een keer in een zogenaamde mappingtabel worden ingevoerd. Hierbij worden de verbanden aangegeven tussen de software en de verschillende automatiseringscomponenten. Zowel besturings- als veiligheidsfuncties laten zich op die manier beschrijven. De feitelijke koppeling met de hardware wordt pas gelegd in een vervolgstap, dus als de software min of meer klaar is en de hardwareconstructie wordt gemaakt.
Deze manier van werken geeft veel flexibiliteit bij de engineering. Wanneer bijvoorbeeld een bepaald signaal op een andere component moet worden overgedragen, volstaat het om de adressering in de mappingtabel te wijzigen. In het bijzonder bij veiligheidsgerelateerde onderdelen is hiermee ook de consistentie van de data en de adressering gewaarborgd.

Componenten
Flexibiliteit resulteert ook in schaalbaarheid. De besturingen van het PSS4000 systeem bestaan uit drie basiscomponenten. Een kopmodule zorgt voor alle communicatie- en bewerkingsopdrachten. Aan deze kopmodules kunnen maximaal 64 basismodules worden gekoppeld, die weer de signalen van de specifieke elektronicamodules opnemen. Deze fungeren zo als een schaalbare I/O-interface.
De hardware componenten uit de PSS4000 serie die als eerst op de markt komen, zijn in te delen in drie varianten:

  • Hardware uit de PSSuniversal PLC serie. Deze snelle hardware is gewoon programmeerbaar volgens IEC 61131-3 gestructureerde tekst of ladderdiagram, zowel voor standaard- als beveiligingstaken (programmering vindt plaats via PAS4000). Twee Ethernetpoorten zijn bedoeld voor programmering en communicatie met andere, SafetyNET p gekoppelde apparaten. Per kopstation kunnen maximaal 64 I/O-modules (standaard en veiligheid) worden gekoppeld.
  • Hardware uit de PSSuniversal Multi serie. Deze serie is een verdere ontwikkeling van de bekende PNOZ Multi. Ook de kopstations van de Multi serie kunnen met 64 I/O-modules (standaard en veiligheid) worden uitgevoerd.
  • De PSSuniversal I/O hardware heeft als functie decentrale I/O voor veiligheid en standaard functies, heeft geen extra intelligentie en kan naar wens gekoppeld worden aan het ethernet gebaseerde netwerk SafetyNETp. Aansturing vindt plaats door hetgeen men na het programmeren instelt.
Het overkoepelende softwareplatform PAS4000 tenslotte zorgt dat er voor het gehele netwerk en ieder apparaat uit de PSS4000 serie sprake is van een consistente configuratie, onafhankelijk van de toegepaste apparaten. Als extra staat de PASmulti-editor ter beschikking met een grafische programmeertaal. Met deze doorontwikkeling van de configuratietool van het PNOZmulti veiligheidssysteem is het mogelijk om grafisch eenvoudiger te werken dan met de bekende PLC-talen.



Gratis seminars: objectgeorienteerd programmeren /parametriseren
Pilz geeft vanaf nu elke maand gratis seminars over objectgeoriënteerd programmeren. Wilt u weten wat deze filosofie inhoudt en welke voordelen er voor u zijn? Dan moet u beslist dit seminar volgen! Het eerstvolgende seminar vindt plaats op vrijdag 26 juni van 13.30 -16.30 uur, Vianen. Voor meer informatie of inschrijvingen info@pilz.nl.

zondag 1 maart 2009

Eenmalige additionele financiering scholingsactiviteiten voor bedrijven in de metaal en elektrotechnische industrie

Opleidingen kosten bedrijven veel geld. Naast de geïnvesteerde tijd is men vaak een aanzienlijk bedrag voor de opleiding kwijt. Bedrijven vergeten dat er meerdere subsidiemogelijkheden zijn.

De activiteiten van Nederlandse bedrijven en vooral in de Metalektro zijn als gevolg van de wereldwijde kredietcrisis met één klap verminderd zo niet tot stilstand gekomen. Bedrijven hebben te maken met plotselinge en zeer drastische daling van het orderpakket. Dit heeft als gevolg dat de werkvoorraad snel slinkt en niet aangevuld wordt door de afwachtende houding van de opdrachtgevers/afnemers. Dit heeft ook gevolgen voor de medewerkers die werkzaam zijn in deze sector. In overleg met werkgevers- en werknemersorganisaties heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een aantal maatregelen getroffen: verruiming van de criteria voor werktijdverkorting en de opzet van mobiliteitscentra. Inmiddels zijn er vele aanvragen voor werktijdverkorting voor bedrijven uit deze sector ingediend en gehonoreerd.

Ook worden de eerste initiatieven ontplooid om, naast meldpunten bij werkgeversorganisaties, mobiliteitscentra op te richten. Doel is om werkloosheid te voorkomen en waar mogelijk 'van werk naar werk' trajecten op te zetten. Bedrijven en organisaties zijn zich ervan bewust dat het verlies aan talent, vakmanschap en ervaring waar mogelijk vermeden moet worden. Vergrijzing, ontgroening en de wetenschap dat er op termijn ook weer een conjuncturele stijging zal plaatsvinden, onderbouwen de noodzaak om zoveel mogelijk talent, vakmanschap en ervaring te behouden. Opleiden, scholing en training zijn de sleutelbegrippen. Employability, het wendbaar en weerbaar maken en houden van de werknemer is ook een kernbegrip in deze dynamische periode.

Meer info vindt u op www.ao-metalektro.nl

Financiering scholingsactiviteiten voor bedrijven in de metaal
De stichting OOM is het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het metaalbewerkingsbedrijf. In samenwerking met de werkgever willen zij de vakkundigheid in de branche onderhouden en vergroten. Dit onder het motto: een sterke bedrijfstak drijft onder meer op een ruim aanbod van professionele werknemers.

OOM levert een financiële bijdrage bij...

Persoonlijke Training
Werknemers kunnen zichzelf verder ontwikkelen binnen uw organisatie. Zij kunnen gebruik maken van een Persoonlijke Trainingstoelage van € 1.500,-. Deze kunnen zij besteden aan trainingen, opleidingen en cursussen in bijvoorbeeld automatisering, techniek, communicatie of leidinggeven. Op deze manier investeert u in uw medewerkers voor nu én voor de toekomst!

Ontwikkelbudget
Personeel is van groot belang voor het succes van de organisatie. Maar hoe zorgt u ervoor dat uw medewerkers gemotiveerd blijven? Bij OOM kunt u daarvoor een Ontwikkelbudget van € 1.800, - aanvragen. Hiermee kunt u het personeelsbeleid van uw organisatie ontwikkelen en het begeleiden van werknemers professionaliseren.

Meer informatie vindt u op : www.oom.nl.

Hoe verkeer over water veilig gemanaged kan worden. Meer aandacht voor veiligheid

Als aanbieder van veilige automatiseringssystemen zien wij dat veiligheid een steeds belangrijker onderwerp wordt, ook bij het managen van verkeer over water. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft enige jaren geleden de Nota Mobiliteit uitgebracht. Hierin staan verbeteringen voor de afhandeling van het verkeer over water. Verkeersmanagement lijkt daarbij het toverwoord, maar de consequenties zijn niet voor iedereen altijd even duidelijk.
De beheerders van bruggen en sluizen binnen de centrale en decentrale overheid, die in de praktijk als eerste met de verantwoordelijkheid worden geconfronteerd, willen daarom duidelijk weten wat de gevaren zijn die zij zullen tegenkomen.

Wetgeving en normen
Beweegbare bruggen en sluizen zijn installaties die vallen binnen het toepassingsgebied van de Arbowet en de Machinerichtlijn. Zowel bestaande als nieuwe installaties moeten voldoen aan de eisen van de Arbowet. Nieuwe machines en machinedelen (bouwjaar vanaf 1995) moeten voldoen aan de Machinerichtlijn. Om aan de eisen van de richtlijn te voldoen, kan gebruik gemaakt worden van normen die hieraan een nadere invulling geven.
Naast een goede doorstroming van het verkeer zoekt de overheid ook naar verbetering van de efficiëntie bij de bediening van kunstwerken. Bestaande kunstwerken worden steeds vaker op afstand bediend. Bedieningscentrales nemen de taken van lokale posten over. Deze verandering stelt hogere eisen aan het bedienend personeel. Daarnaast wordt de infrastructuur steeds complexer, waardoor het risico op menselijke fouten toeneemt.
Door de veranderingen in de bedrijfsvoering en zwaardere gebruikseisen, ontstaat er onzekerheid op operationeel niveau, zoals bij de beheerders van bruggen en sluizen. Welke gevaren zijn er, wat zijn de eisen, hoe kan ik er aan voldoen en wie neemt de verantwoordelijkheid?

Specifieke kennis
Om de verantwoordelijkheid voor installaties te kunnen dragen en veiligheid te kunnen realiseren is specifieke kennis nodig over:

  • het opstellen van specificaties
  • borgen van veiligheid
  • op afstand bediende kunstwerken
  • toepassen van camera's
  • besturingstechnische veiligheid
Projectaanpak
Beheerders van bruggen zijn verplicht een gestructureerde beoordeling uit te voeren. Alleen zo kan men de verschillende nationale en internationale normen en geldende wetgeving naleven. Een deskundig uitgevoerde risicoanalyse is dan ook het beste uitgangspunt voor het definiëren van veiligheidsmaatregelen die eventuele schade zo veel mogelijk kunnen voorkomen.